Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.4.3
5.11.4.3 Termijn instellen vordering
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859098:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 50 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1178 en Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 36-37.
Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1178 en Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 37.
Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1178, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 36-37 en Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 50 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015).
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 48 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Dillemans, Puelinckx-Coene & Pintens, TPR 1985, nr. 143, p. 643. Zie over vergiffenis nader par. 5.13.7.
De vordering tot herroeping wegens ondankbaarheid is aan korte vervaltermijnen gebonden.1 Deze termijnen zijn terug te vinden in artikel 4.218 § 2 en § 3 BBW.
De erfgenamen kunnen de herroeping wegens ondankbaarheid op grond van een aanslag op het leven van de erflater, mishandelingen, misdrijven en grove beledigingen enkel vorderen indien de erflater is overleden binnen een jaar te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de erflater bekend kon zijn. De erfgenamen moeten de vordering dan instellen binnen een jaar te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de erflater bekend kon zijn, zo volgt uit artikel 4.218 § 2, 1° BBW. Is een dergelijke gedraging bij de erflater bekend of kon deze gedraging hem bekend zijn, maar is hij overleden binnen een jaar nadien, dan kunnen de erfgenamen dus een vordering tot herroeping instellen binnen de nog lopende termijn van een jaar. De erfgenamen krijgen geen nieuwe termijn van een jaar.2
Is de erflater overleden zonder dat de gedraging hem bekend kon zijn dan geldt de termijn van een jaar te rekenen vanaf de dag van het overlijden, dan wel de dag waarop de gedraging de erfgenamen bekend kon zijn, dan wel vanaf de dag waarop het legaat hen bekend kon zijn, aldus artikel 4.218 § 2, 2° BBW. In tegenstelling tot de situatie waarin de gedraging de erflater bekend is of kon zijn, wordt in dit geval rekening gehouden met de kennis van de erfgenamen over het bestaan van het legaat. Er bestaat kritiek op dit onderscheid, omdat ook in de situatie dat de erflater bekend is of kon zijn met de misdraging, de erfgenamen niet met het legaat bekend hoeven te zijn. Daarmee zou de vervaltermijn kunnen verstrijken zonder dat de erfgenamen daar weet van hebben.3
In § 2 spreekt de wet over het misdrijf. Hiermee wordt echter ook de aanslag op het leven van de erflater, mishandelingen, misdrijven en grove beledigingen bedoeld.4
Gaat het om herroeping van het legaat wegens grove belediging van de nagedachtenis van de erflater dan geldt op grond van artikel 4.218 § 3 BBW een termijn van een jaar te rekenen van de dag van het misdrijf of van de dag waarop het misdrijf de erfgenamen bekend kon zijn.
De herroeping wegens ondankbaarheid is niet meer mogelijk als de erflater vergiffenis heeft geschonken.5