Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/3.2.1.3.2:3.2.1.3.2 Het aanwijzen via wetsartikelen, artikelleden en schakelbepalingen
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/3.2.1.3.2
3.2.1.3.2 Het aanwijzen via wetsartikelen, artikelleden en schakelbepalingen
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946101:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aan deze laatste groep wordt in paragraaf 2.1.3.3 nader aandacht besteed.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het klachtvereiste is daarnaast niet bij alle strafbepalingen op eenzelfde plaats in de wettekst terug te vinden. De aanduiding als klachtdelict geschiedt in een aantal gevallen in een artikellid van de betreffende strafbepaling. In andere gevallen wijst een apart wetsartikel strafbepalingen aan als klachtdelict. Tot slot bevat het Wetboek van Strafrecht veel schakelbepalingen aan het einde van titels, waarin art. 316 Sr (en het daarin gelegen relatieve klachtvereiste) van overeenkomstige toepassing is verklaard op de in die titels gelegen strafbare feiten.1
Ondanks het uiteenlopende gebruik van wetsartikelen, artikelleden en schakelbepalingen, kan een systematiek worden ontwaard in de wijze waarop klachtdelicten worden aangewezen. De wetgever lijkt immers een aantal uitgangspunten te hebben gevolgd. Het klachtvereiste is ten eerste zo dicht mogelijk geplaatst bij de strafbepaling die als klachtdelict heeft te gelden. Indien en voor zover de daaropvolgende strafbepalingen eveneens klachtdelicten zijn, volgt de aanduiding als klachtdelict voor al die feiten gezamenlijk aansluitend aan die strafbepalingen. Dit tweede uitgangspunt vindt echter geen toepassing indien het klachtvereiste bij aansluitende klachtdelicten moet worden voorzien van een uiteenlopende, nadere invulling. Ten derde vindt de aanduiding als klachtdelict altijd plaats binnen de titel met misdrijven waarin de betreffende strafbepaling is opgenomen. Tot slot wordt nodeloze herhaling van de uitgebreide formulering van relatief klachtgerechtigden voorkomen door middel van schakelbepalingen.
Met deze uitgangspunten kan worden verklaard waarom bepaalde misdrijven in een apart artikellid zijn aangewezen als klachtdelict, terwijl dit in andere gevallen gebeurt in aparte wetsartikelen die verderop in de betreffende titel zijn geplaatst. Zo biedt het een verklaring waarom enerzijds de geheimhoudingsdelicten in art. 272 en 273 Sr afzonderlijk zijn aangewezen als klachtdelict, terwijl anderzijds de art. 418 en 419 Sr in het daaropvolgende wetsartikel gezamenlijk als klachtdelicten zijn aangewezen. In dit geval lijkt de reden erin te zijn gelegen dat de twee geheimhoudingsdelicten – anders dan de drukpersdelicten – zijn voorzien van een bijzondere, uiteenlopende invulling van het klachtvereiste.2