Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.6.1
3.6.1 Algemeen
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS362255:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 1.2.
Zie ook Aanwijzing 10 van de Aanwijzingen voor de regelgeving: Gestreefd wordt naar duidelijkheid en eenvoud van regelingen en naar een bestendig karakter daarvan. De toelichting vermeldt dat een regeling bestendig is indien zij niet frequent behoeft te worden gewijzigd. Het verdient aanbeveling naar zo groot mogelijke bestendigheid van regelingen te streven. Dit betekent dat het beleid in beginsel duidelijk moet zijn alvorens tot het treffen van een regeling wordt overgegaan.
Hirsch Ballin, Architectuur van wetgeving 1984, p. 91.
Hirsch Ballin, Architectuur van wetgeving 1984, p. 92.
Eijlander, De verbindende wetgever 2000, p. 25.
Bundeling van omgevingsrecht betekent dat wetssystematische tekorten worden opgeheven die zijn ontstaan als gevolg van het feit dat de wetgever steeds weer is gedwongen nieuwe wetgeving te ontwerpen om zich voordoende problemen het hoofd te bieden.1 Het is echter geenszins uit te sluiten dat de wetgever ook na bundeling van wetssystemen regelmatig zal worden geconfronteerd met nieuwe problemen die hem dwingen daarop te
reageren met nieuwe wetgeving. De vraag is echter of en zo ja hoe de wetgever kan voorkomen dat zich daarbij steeds opnieuw - onverdedigbare -wetssystematische tekorten zullen voordoen, die door bundeling moeten worden opgeheven of verminderd. In andere woorden luidt deze vraag of en zo ja hoe de wetgever ervoor kan zorgen dat een door bundeling ontstaan wetssysteem toekomstbestendig is.2
Ik noem een wetssysteem toekomstbestendig als daarbinnen geen nieuwe -onverdedigbare - wetssystematische tekorten ontstaan als gevolg van het feit dat de wetgever in belangrijke mate is gedwongen om een chronologische aanpak te hanteren. Ook bij de vraag naar de toekomstbestendigheid van een wetssysteem gaat het om de wetssystematiek. Die moet toekomstbestendig zijn.
Ook Hirsch Ballin wijst op het belang van een juiste keuze voor de wetssystematiek, die hij aanduidt met de architectuur van de wetgeving. Als eenmaal de architectuur van een wettelijke regeling is vastgelegd, dan staat daarmee in feite vrijwel vast dat latere wijzigingen of aanvullingen binnen dit kader zullen blijven, en aldus het eenmaal gekozen soort wetgeving slechts zullen reproduceren - ook als de oorspronkelijke keuze een minder gelukkige blijkt te zijn.'3 Zelfs bij ingrijpende wijzigingen in de materiële inhoud (zoals toevoeging van veel andere bepalingen dan de in het oorspronkelijke concept voorziene) pleegt de architectuur in wezen onveranderd te blijven.'4 Volgens Eijlander is het wezenlijk voor de hedendaagse wetgever dat hij onder meer robuuste en slijtvaste regels maakt, die niet te vaak wijziging behoeven.5
Met toekomstbestendigheid laat zich naar mijn oordeel wel verenigen dat aan het wetssysteem nieuwe regels worden toegevoegd, regels worden ingetrokken of regels worden gewijzigd. Hierna zal ik een aantal wetgevingstechnieken noemen die al dan niet in samenhang gebruikt kunnen leiden tot een - meer - toekomstbestendig wetssysteem.