Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.4.1.2
8.4.1.2 Zekerheidscessie en het gebrek aan bescherming van latere (zekerheids)cessionarissen
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS417142:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Van Nierop 1913, p. 338; Losecaat Vermeer 1928, p. 52; Eggens 1929, p. 567; Meijers 1936, p. 255. Daarnaast kon de fiscus zich niet meer verhalen op een gecedeerde vordering. Uniken Venema 1956-I, p. 5.
Art. 668. De Hoge Raad heeft in HR 24 februari 1911, W. 9145 bevestigd dat eigendom van een vordering overging ‘door de akte van overdracht’, maar dat de debitor cessus bevrijdend kan betalen aan de schuldenaar voordat mededeling is gedaan. Is de vordering eenmaal overgedragen door de akte van overdracht en is nog niet betekend, dan is de cedent beschikkingsonbevoegd geworden.
Losecaat Vermeer 1928, p. 53-4. Zo ook Van Nierop 1928, p. 33.
HR 24 februari 1911, W. 9145 (Numann/Staatsspoorwegen) en HR 19 mei 1989, NJ 1990/745 (IFN/CBI).
Verhagen 2002a, p. 256.
Om de verschillende beperkingen te ontgaan, zijn zekerheidsgevers in de praktijk overgegaan tot het cederen van vorderingen tot zekerheid.1 Voor de cessie van vorderingen was kennisgeving immers geen vereiste en na de kennisgeving werd de zekerheidsnemer inningsbevoegd.2 De meerderheid in de literatuur aanvaardde de zekerheidscessie als een geldige wijze van zekerheidsverstrekking.3
De zekerheidscessie maakte de cedent beschikkingsonbevoegd en als de cedent vervolgens nogmaals probeerde te cederen werden de verkrijgers niet tegen de beschikkingsonbevoegdheid beschermd.4 De cedent dus verloor de mogelijkheid om de vordering nogmaals (eventueel tot zekerheid) te cederen aan een derde. Verkrijgers verkeerden in de onzekerheid dat zij geen rechthebbenden van de vordering waren geworden, omdat de eerdere cessie niet naar buiten toe bleek. Verhagen heeft er op gewezen dat dit aanvankelijk niet als knellend werd ervaren, omdat de handel in vorderingen in het begin van de 20e eeuw een minder belangrijke rol speelde dan de handel in en zekerheid op roerende zaken.5