De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.3.3:3.3.3 Dienstbaarheid
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.3.3
3.3.3 Dienstbaarheid
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS386194:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 26 juli 2005, Siliadin v. Frankrijk, appl.nr. 73316/01, EHRC 2005/103 m.nt. Van der Velde, JV 2005/425 m.nt. Lawson, § 123 en 124.
Zie ook Lestrade & Rijken 2014, p. 670.
Hof Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1525 (Uitbuiting Turks nichtje in de huishouding) in navolging op Rb Den Haag 26 februari 2016, ECLI:RBDHA:2016: 1968 en Rb Den Haag 30 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:996.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dienstbaarheid is volgens het aanvullend slavernijverdrag van 1956 de binding van een individu te leven en werken op andermans eigendom zonder de mogelijkheid te hebben te vertrekken. Ten tijde van het betreffende slavernijverdrag werd met deze definitie een verschil gemaakt met de traditionele slavernij aangezien bij dienstbaarheid geen sprake was van een eigendomsrecht. Dit verschil wordt met een moderne definitie van slavernij echter vager. Volgens het EHRM is dienstbaarheid qua ernst dan ook vergelijkbaar met slavernij met het verschil dat de persoon niet als bezit wordt gezien. Het Hof neemt daarbij de definitie uit het aanvullend slavernijverdrag over.1 Simpel gesteld gaat het bij dienstbaarheid om een verplichting tot dienstverlening opgelegd door een vorm van dwang.2 Een voorbeeld van een situatie van dienstbaarheid betreft de zaak-‘Huishoudhulp’, waarin een minderjarig Turks meisje ruim zes jaar lang in het gezin van haar oom en tante is uitgebuit. Het slachtoffer was illegaal in Nederland, ging niet naar school en moest zich de hele dag bezighouden met het huishouden en de zorg voor de vier kinderen in het huis.3 Zij was niet vrij om te gaan en staan waar zij wilde. Blijkens het vonnis van de rechtbank mocht zij alleen in de keuken verblijven. Tegen het slachtoffer is gezegd dat als zij buiten de politie tegenkwam, zij zou worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Zij was voorts niet in het bezit van haar paspoort. Zowel het hof als de rechtbank oordeelt evenwel alleen dat sprake is van ‘uitbuiting’, en merkt het niet specifiek aan als dienstbaarheid.