Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.6.5.3:II.5.6.5.3 Delegatie ten aanzien van het instellen van testamentair bewind
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.6.5.3
II.5.6.5.3 Delegatie ten aanzien van het instellen van testamentair bewind
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623206:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
A) Instellen van testamentair bewind
In de dissertatie van Van der Ploeg is te lezen dat:
‘Een testateur is van oordeel, dat zijn erfgenaam te jeugdig en onervaren is het dezen na te laten vermogen te beheeren, doch hij acht het niet uitgesloten, dat over enkele jaren, als de erfgenaam ouder is geworden, deze wel in staat zal zijn zelfstandig het vermogen te beheeren. Wat ligt meer voor de hand dan dat de testateur, onzeker van het tijdstip van zijn overlijden, aan een derde, bijv. zijn executeur-testamentair, de beslissing overlaat of het den erfgenaam nagelaten vermogen onder bewind zal zijn gesteld?’ Kan echter de erflater deze beslissing rechtsgeldig aan een derde overlaten, kan de erflater een derde laten beslissen of een testamentaire beschikking al of niet zal gelden (curs. NB)?’1
Deze vraag betreft de werking van een uiterste wilsbeschikking. Kan erflater de werking van zijn uiterste wilsbeschikkingen aan een ander delegeren (vgl. hetgeen ik hierover opmerkte onder Inleiding en verantwoording ‘IV Opbouw van het onderzoek’)? Van der Ploeg beantwoordt deze vraag met verwijzingen naar het Romeinse recht, bevestigend. In dit deel (deel II) van het onderzoek wordt evenwel bekeken in hoeverre erflater kan delegeren ten aanzien van de inhoud van zijn uiterste wilsbeschikkingen. Daarom ga ik in deze paragraaf op bovenstaande vraag niet nader in. Dat betekent overigens niet dat ik haar passeer. In het derde deel van het onderzoek, te weten hoofdstuk 6, bekijk ik, zoals ik reeds eerder aankondigde, nader of erflater kan delegeren ten aanzien van de werking van zijn uiterste wilsbeschikkingen.
In het verlengde hiervan ligt de vraag of een ander het tijdstip kan bepalen waarop het testamentaire bewind aanvangt. Art. 4:153 lid 2 BW geeft erflater immers de ruimte om van de wettelijke regeling af te wijken.
B) Tijdstip waarop bewind wordt ingesteld
Art. 4:153 lid 2 BW bepaalt dat het testamentaire bewind in werking treedt op het moment van erflaters overlijden, tenzij de erflater anders heeft bepaald. Ook deze bepaling stelt erflaters testeervrijheid voorop. Erflater kan in afwijking van de wet het testamentaire bewind zodoende op een ander tijdstip, dan het tijdstip van zijn overlijden, laten aanvangen.2 Kan hij dit tijdstip ook door een ander laten bepalen? Bijvoorbeeld: ‘de langstlevende bepaalt het tijdstip waarop het testamentaire bewind aanvangt.’ Het dunkt mij dat een dergelijke formulering vanwege het primaire goederenrechtelijke karakter van het bewind en de onzekerheid die het met name voor de rechthebbende met zich kan brengen, ongewenst is. De vraag kan bijvoorbeeld worden gesteld wat rechtens is als de langstlevende na vele jaren het bewind nog laat aanvangen. Natuurlijk kan erflater hier wel op inspelen door een termijn en een vorm voor te schrijven, waarbinnen en waarin de gedelegeerde de invulling van de aan hem verleende bevoegdheid (ofwel zijn eigen wil) kenbaar dient te maken. Van langdurige rechtsonzekerheid zal dan geen sprake zijn. Indien echter bij de woorden ‘tenzij de erflater anders heeft bepaald’3 het accent op de erflater wordt gelegd, kan toch betoogd worden dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een ander dan erflater het tijdstip waarop het bewind aanvangt, te laten bepalen. De wet spreekt immers enkel over de erflater die anders kan bepalen (gesloten stelsel). Bovendien betreft art. 4:153 lid 2 BW de instelling van het testamentaire bewind, hetgeen getuige art. 4:153 lid 1 BW eveneens enkel door erflater kan geschieden. Het past mijns inziens dan niet in deze gedachte dat erflater het tijdstip waarop het testamentaire bewind aanvangt aan iemand anders kan overlaten.