Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.7.4:5.7.4 Conclusies en contouren van een eigen benadering
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.7.4
5.7.4 Conclusies en contouren van een eigen benadering
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS492729:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik heb geconcludeerd dat de onwenselijke uitkomsten van de heersende leer worden veroorzaakt doordat het betalingsbegrip te beperkt wordt opgevat. Als alternatief voor het objectieve betalingsbegrip is in paragraaf 5.3.7 en paragraaf 5.3.8 een subjectief betalingsbegrip onderzocht, zoals dat ook in Duitsland geldt. Ook dit subjectieve betalingsbegrip blijkt niet tot wenselijke uitkomsten te leiden.
Ik paragraaf 5.3.9 heb ik betoogd dat voor ogen moet worden gehouden dat het prestatiebegrip het eerste criterium is om vast te stellen tussen wie een vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden waardoor een ongerechtvaardigde verrijking heeft plaatsgevonden ten koste van een verarmde. Aan de hand van het normatieve begrip rechtsgrond moet vervolgens de vraag worden beantwoord of de prestatie kan worden teruggevorderd. Het begrip rechtsgrond dient er dan niet alleen toe om aan te geven of een verplichting tot terugbetaling ontstaat, maar ook om aan te geven tussen wie deze afwikkeling dient plaats te vinden.
Dit maakt het mogelijk om een ruimer prestatiebegrip te aanvaarden, zodat de partijen tussen wie een rechtsverhouding moet worden afgewikkeld altijd als presterende en ontvangende partij worden aangewezen. Het zij direct toegegeven dat het prestatiebegrip dan soms ook een partij aanwijst als ontvanger terwijl zij niet een prestatie hoeft terug te geven. En ik onderken ook dat het prestatiebegrip dan soms een partij aanwijst als degene die de prestatie heeft verricht terwijl het onwenselijk is dat zij terugbetaling kan vorderen. Dit betekent echter niet dat deze partijen ook altijd verplicht zijn om terug te betalen of dat zij terugbetaling kunnen vorderen. Een prestatie kan immers alleen worden teruggevorderd als een rechtsgrond ontbreekt. Ik heb daarom ook een genuanceerde invulling van het begrip ‘rechtsgrond’ voorgesteld. Aan de hand daarvan kunnen de gewenste uitkomsten worden bereikt.
Voor een ruimere invulling van het prestatiebegrip kan het prestatiebegrip van de heersende leer als uitgangspunt worden genomen. Het prestatiebegrip van de heersende leer voldoet immers in alle tweepartijenverhoudingen, terwijl in slechts enkele meerpartijenverhoudingen niet de juiste personen worden aangewezen. Een beperkte aanpassing van de invulling van het gangbare begrip prestatie zou al tot de juiste uitkomsten kunnen leiden. Deze aanpassing kan volgens mij worden bereikt door te aanvaarden dat zowel het verrichten als het ontvangen van een prestatie kan worden toegerekend aan andere partijen dan de partijen die deze handelingen verrichten.