Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/1.1.3
1.1.3 Toepassing van de commanditaire vennootschap in de praktijk
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446207:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Slagter (1994), p. 101.
Slagter (Personenassociaties III), I.4.2., Mohr & Meijers (2009), nr. 4.5.1, Tervoort (2012), p. 244-245.
Meijers (1999), p. 49.
Haccoû (1966), p. 98, Pitlo/Raaijmakers (2006), nr. 2.1.4., Hoogwout (2008), p. 162, Mohr & Meijers (2009), nr. 4.5.1.
Meijers (1999), p. 49, Van der Velden (2008), p. 43-46 en p. 70-71, Van der Velden (2009), p. 18.
Mohr & Meijers (2009), nr. 4.5.1.
Slagter (Personenassociaties III), I.4.3., De van der Schueren, (2005), p. 597, Frijns & Maatman (2007), p. 641, Ruderman (2007), p. 432-433, McCahery & Vermeulen (2010), p. 476-478. Zie ook Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (2010), p. 11-15 en EVCA Handbook (2012), p. 2.
Asser/Van den Berg 5-IIIC, 2007, nr. 240-243, Van den Berg (2009), p. 11-19.
Laan (2012), p. 5-8.
Meijers (2004), p. 25, Mohr & Meijers (2009), nr. 4.5.1.
Van der Graaf (2002), p. 172.
Hiervoor bestaan empirische aanwijzingen. Zie Continuïteit en vernieuwing (2010), p. 93, in het bijzonder ook de literatuur genoemd in voetnoot 33 aldaar.
Dit geldt niet voor een commanditaire vennootschap waarbij toetreding of vervanging van de commanditaire vennoten kan plaatshebben zonder toestemming van alle vennoten. Deze wordt op grond van art. 2 lid 3 onder c Algemene wet inzake rijksbelastingen fiscaal als een open commanditaire vennootschap aangemerkt, die krachtens art. 2 lid 1 onderdeel a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zelfstandig belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting.
Art. 3.76 Wet inkomstenbelasting 2001.
Art. 3.79a Wet inkomstenbelasting 2001.
Tervoort (2012), p. 246-247.
Zie voor dit taalgebruik 1.3.4.5 hierna.
Zie hierover uitgebreid: Tervoort (2012), p. 247-248. Zie ook Slagter (Personenassociaties III), I.4.3.
Slagter (1966), p. 107, De Bakker (1973), p. 53.
Zie voor de cijfers van deze rechtsvormen per oktober 2011: Van Olffen (2012b), p. 77.
Digitale opgave van Kamer van Koophandel Nederland aan AT d.d. 24 juli 2013.
De commanditaire vennootschap wordt in Nederland voor tal van doeleinden gebruikt. Van klein naar groot gaand noem ik als eerste de meest traditionele toepassingsvorm, namelijk die van financieringsinstrument, voornamelijk in het midden- en kleinbedrijf.1 De commanditaire vennootschap is van oudsher de rechtsvorm die een investeerder de mogelijkheid biedt middelen rendabel te maken door deze te investeren in een bedrijf dat door een ander wordt geleid, zonder dat hij als investeerder meer kan verliezen dan zijn investering. Vooral, maar niet uitsluitend in familieverhoudingen komt deze vorm nog geregeld voor.2 In deze sfeer wordt ook regelmatig van de commanditaire vennootschap gebruik gemaakt voor de overdracht van een (familie)onderneming aan de volgende generatie.3 De vennootschap wordt dan aangegaan tussen de overdragende ondernemer als commanditair vennoot en zijn opvolger als gecommanditeerd vennoot. De overdragende ondernemer blijft dan als commanditair (beperkt) risicodragend bij de financiering van de onderneming betrokken zonder dat hij zich behoeft te belasten met de dagelijkse bedrijfsvoering.4
Het tweede terrein waarop commanditaire vennootschappen veelvuldig worden ingezet is dat van de beleggings- en investeringsfondsen.5 Daarbij is een onderscheid te maken tussen retailfondsen, die consumenten als beleggers hebben, en fondsen die zich richten op institutionele beleggers. Wat de retailfondsen betreft worden vooral onroerendgoed-, scheepvaart- en film-CV’s in de markt aangeboden.6 Op de professionele markt wordt de commanditaire vennootschap vooral gebruikt door private equity- en venture capital fondsen.7
De derde gebruiksmodaliteit van de commanditaire vennootschap is die van jointventurevehikel tussen grote marktpartijen. Daarbij wordt zij in het bijzonder ingezet ten behoeve van projecten voor een bepaalde tijd of voor een bepaald project. Een voorbeeld daarvan is de bouwsector waar vooral de commanditaire vennootschap voor bouwcombinaties en projectallianties een veel gebruikte rechtsvorm is,8 vooral bij publiek-private samenwerkingsprojecten.9 Als laatste toepassingsgebied van de commanditaire vennootschap, vooral door grotere marktpartijen, noem ik het gebruik als (tussen)houdstermaatschappij in veelal internationale concernstructuren10 en als acquisitie- of financieringsvehikel.11
De redenen waarom in bovenbedoelde gevallen een commanditaire vennootschap wordt toegepast en in het bijzonder waarom zij wordt geprefereerd boven de BV, die grosso modo vergelijkbare investeringsmogelijkheden met beperkte aansprakelijkheid kent, zijn divers. De belangrijkste reden is veelal gelegen op het vlak van de fiscaliteit: de keuze van een rechtsvorm wordt in zijn algemeenheid voornamelijk ingegeven door fiscale overwegingen.12 De belangrijkste fiscale aantrekkingskracht van de commanditaire vennootschap bestaat daarin dat zij in beginsel13 fiscaal transparant is. Dat wil zeggen dat zij niet zelfstandig belastingplichtig is voor de directe belastingen, maar dat haar resultaten fiscaal rechtstreeks worden toegerekend aan haar vennoten. Dezen hebben daarmee de mogelijkheid deze resultaten fiscaal te compenseren met hun inkomsten uit hun overige activiteiten. Bovendien biedt deze transparantie fiscaal vrijgestelde entiteiten zoals overheidsinstellingen, pensioenfondsen, vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI’s) en fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s), de mogelijkheid joint ventures aan te gaan met normaal belaste vennootschappen zonder dat ze gedwongen worden de voordelen van hun eigen fiscale regime op te geven: door voor dit soort samenwerking gebruik te maken van een transparante entiteit zijn deze fiscaal vrijgestelde instellingen in staat hun aandeel in de winst uit de joint venture op gelijke voet als hun andere inkomsten belastingvrij te genieten. Aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf biedt het gebruik van een commanditaire vennootschap de mogelijkheid om, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, gebruik te maken van een aantal fiscale faciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek14 en de MKB-winstvrijstelling. 15 Daarmee wordt bereikt dat tot een bepaald winstbedrag de daarover verschuldigde inkomstenbelasting lager is dan de gecombineerde druk van vennootschaps- en inkomstenbelasting die verschuldigd zou zijn indien zij hun samenwerking juridisch in de vorm van een BV zouden hebben gegoten.16
Naast bovenomschreven fiscale motieven wordt de aantrekkelijkheid van de commanditaire vennootschap door een aantal andere aspecten bepaald, die zeker in samenhang met de fiscale transparantie de commanditaire vennootschap tot een unieke rechtsvorm maken. Een eerste element in de attractie van de commanditaire vennootschap is haar grote vrijheid van inrichting. Deze flexibiliteit maakt het de vennoten in verregaande mate mogelijk hun samenwerking die vorm te geven die hun in de gegeven omstandigheden optimaal dunkt. Een andere belangrijke succesfactor is de beperkte aansprakelijkheid van de commanditaire vennoten:17 de commanditaire vennootschap is de enige personenvennootschapsvorm waarbij een – veelal groot – deel van de vennoten niet onbeperkt voor de schulden van de vennootschap verbonden is. Bij de keuze voor de commanditaire vennootschap in het midden- en kleinbedrijf spelen ook de geringe oprichtingsformaliteiten een rol: een commanditaire vennootschap kan worden aangegaan zonder notariële tussenkomst. Ten slotte wordt ook de mogelijkheid om commercieel of anderszins gevoelige gegevens zoals de jaarrekening en de winstverdeling vertrouwelijk te houden als een pluspunt van de commanditaire vennootschap ervaren.18
Van de commanditaire vennootschap wordt in de praktijk slechts op relatief beperkte schaal gebruik gemaakt. In het verleden is zij op grond hiervan wel als een ‘miskende’ rechtsvorm omschreven.19 Per eind juni 2013 waren 11.119 commanditaire vennootschappen in het handelsregister ingeschreven, tegen 33.474 openbare maatschappen, 164.423 vennootschappen onder firma20 en 835.316 BV’s.21 Dit relatief bescheiden gebruik van de commanditaire vennootschap in de rechtspraktijk kan, gelet op de hierboven gereleveerde attracties van deze rechtsvorm, op het eerste gezicht enige verbazing wekken. Aan deze rechtsvorm zijn evenwel ook enige bezwaren verbonden. Deze stel ik hieronder in 1.1.4. aan de orde.