Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/67.5
67.5 Patroon van ‘do it yourself’ bestuursrecht
mr. dr. A. Tollenaar, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. CRvB 27 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1384, USZ 2016/164 over de onmogelijkheid de OV-chipkaart telefonisch stop te zetten.
Zie bijv. J.E.J. Prins, ‘De eOverheid voorbij. Recht doen aan de digitale werkelijkheid’, in: M.M. Groothuis e.a., De digitale overheid (VAR-reeks 146), Den Haag; Boom Juridische uitgevers 2011, p. 71-115. Zie ook Marlies van Eck, Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming, Tilburg 2018, p. 394 e.v.
L.J.A. Damen, ‘Is de burger triple A: alert, argwanend assertief of raakt hij lost in translation?’, in: L.J.A. Damen e.a., Vertrouwen in de overheid (VAR-reeks 160), Den Haag; Boom Juridische uitgevers 2018 p. 7-103.
H.E. Bröring & B.F. Keulen, Bestraffende sancties in het strafrecht en het bestuursrecht, Zutphen: Paris 2017, p. 46.
De twee voorbeelden laten zien hoe ‘do it yourself’ bestuursrecht doorwerkt in de Awb-rechtsbetrekking. De drijvende kracht is versimpelen van besluitvormingsprocessen, voor de burger maar vooral ook voor het bestuur. Op een aantal aspecten wijkt ‘do it yourself’ af van het Awb-systeem. Zo valt op dat de burger min of meer gedwongen wordt via een digitale interface te communiceren.1 De Awb biedt daartoe de ruimte maar interessant is dat de digitale interface tot extra verplichtingen leidt die op zichzelf niet op wetgeving zijn gebaseerd. Denk aan het voorgeschreven ‘format’ van het zorgcontract: nergens in de wet staat dat dit model moet worden gebruikt door de pgb-houder, maar voor het functioneren van het beslissysteem is dat model wel handig. Je zou dit ‘nudging’ kunnen noemen: de keuzearchitectuur voor de aanvrager wordt gradueel ingeperkt.2
Komt het eenmaal tot een aanvraag, dan is de tweede inbreuk op het Awb-systeem dat de aanvrager nauwelijks invloed kan uitoefenen op de aard van de gegevens die worden aangeleverd en dus op de uitkomst van de besluitvor- mingsprocedure. Het systeem combineert immers de aanvraag met bekende gegevens, waarna een beslissing wordt voorbereid. Ontbreken de gegevens, of zijn deze niet correct, dan loopt de aanvraag vast. Beide voorbeelden illustreren dit. De zorgverlener moet bekend staan als zorgverlener anders kan er niet gedeclareerd worden. En de kinderopvang moet over een registratienummer beschikken, anders is er geen recht op kinderopvangtoeslag. In de schaduw van de vaststelling van het recht van de individuele aanvrager vindt dus registratie van gegevens plaats die van invloed zijn op dat recht van de aanvrager. De juridische vragen daarover, van privacy en betrouwbaarheid, zijn eerder aan de orde gesteld.3 Voor de Awb-rechtsbetrekking is van belang dat de mogelijkheid tot het doen van zorgvuldig onderzoek wordt uitgesloten met een ‘computer says no’ reactie. Er is immers vaak geen ruimte om relevante andere feiten vast te stellen of gebruikte feiten te corrigeren.
Een derde afwijking van het Awb-systeem houdt daarmee verband: het moment van rechtsbescherming sluit niet goed aan op het moment waarop de burger de consequenties van de rechtsbetrekking ervaart en correctie zou willen aanbrengen. Dat wordt veroorzaakt doordat de consequenties van het besluit niet te overzien zijn, omdat de situatie waarin de burger verkeert, veranderlijk is of omdat het eertijds genomen besluit later fout blijkt te zijn. Concreter: het toegekende pgb op basis van het destijds overgelegde pgb-plan kan ontoereikend blijken omdat de zorgbehoefte toeneemt, omdat de zorgkosten zijn gestegen of omdat de zorgbehoefte bij nader inzien verkeerd is geïndiceerd. Bezwaar is dan vaak niet meer mogelijk en er rest niets anders dan een nieuwe aanvraag te doen. Besluiten buitelen dan over elkaar heen, met onduidelijkheid en overgangsperikelen als resultaat (wat geldt tussen de aanvraag en de nieuwe beschikking?).
Wat ook opvalt is dat de rol van de overheid verandert. Besluitvorming is dienstverlening geworden, gericht op het ondersteunen van de burger bij het realiseren van zijn rechten. De overheid is vraagbaak en informatieknooppunt en is niet verantwoordelijk voor de juiste vaststelling van de feiten voorafgaand aan het besluit. Dat leidt tot het probleem welke waarde moet worden toegekend aan de informatie die de overheid verstrekt.4 Deze veranderende rol heeft ook tot gevolg dat de overheid zich vooral concentreert op interventies achteraf, nadat de rechtsverhouding is vastgesteld en nadat de informatie is gekoppeld met andere informatie. De datakoppeling leidt tot een bewijsvermoeden dat sprake is van een fout, waarna vrijwel automatisch interventie (boete of terug- vordering) plaatsvindt. Dit is wat Bröring de veranderde aanpak van handhaving noemt als gevolg van de verschuiving van verantwoordelijkheidsverdeling tussen burger en overheid.5 Juist bij ‘do it yourself’ is deze verschuiving van verantwoordelijkheid goed waar te nemen: de wetgever geeft de ditigale robotbestuurder stevige boetebevoegdheden om de burger te disciplineren.