Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.2.2
10.2.2 Het onderscheid tussen specialiteit en bepaaldheid
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS415985:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Köster 1964, p. 117; Reehuis 1989, p. 71; Stein, GS Vermogensrecht, artikel 236 Boek 3 BW, aant. 40.7; Heyman 1992, p. 840; Westrik 1997, p. 745; Bartels 2004, p. 5; Milo 2010, p. 74; Mes 2012; Bauduin 2014, p. 185.
Zwalve en Jansen beschouwen het bepaaldheidsvereiste als een uitvloeisel van het specialiteitsbeginsel om generale zekerheid onmogelijk te maken. Zie: Jansen 1994, p. 51 en Zwalve 2006b, p. 353. Reehuis meent dat het specialiteitsbeginsel uit het bepaaldheidsvereiste voortvloeit. Zie: Reehuis 2010, nr. 67.
Diephuis (1886)VII, p. 385.
Land 1902, p. 362.
Asser/Scholten 1905, p. 351; Asser/Scholten 1927, p. 421; Asser/Scholten 1933, p. 429; Asser/Van Oven 3-III 1978, p. 137.
Asser/Van Oven 1967, p. 121; Asser/Van Oven 3-III 1978, p. 161; Asser/Mijnssen & Van Velten 3-III 1986, nr. 196, p. 156.
Veegens & Oppenheim 1919, p. 234.
Mijn voorkeur gaat uit naar de betekenis van specialiteit en bepaaldheid zoals ik haar heb verwoord in §6.6 en §8.3.7.
Verschillende hedendaagse auteurs noemen het bepaaldheidsvereiste ook wel het specialiteitsvereiste.1 Andere auteurs zijn van mening dat het bepaaldheidsvereiste uit het specialiteitsbeginsel voortvloeit.2 De koppeling van het bepaaldheidsvereiste aan het specialiteitsvereiste lijkt voor het eerst te worden gemaakt in de handboeken over het oude burgerlijk recht. Diephuis beschouwde het hypotheekrecht als een zakelijk recht op een bepaald aangewezen goed en noemde specialiteit daarom bepaaldheid.3 Land schreef dat een schuldenaar alleen bepaalde goederen kon bezwaren.4 Volgens Scholten en Van Oven bracht specialiteit mee een ‘bepaalde aanduiding van elk verbonden perceel in het bijzonder’.5 Van Oven gebruikte daarnaast de woorden ‘specifiek aangeduide goederen’.6 Veegens en Oppenheim noemden specialiteit bepaaldheid en schreven dat een schuldenaar alleen bepaalde goederen met hypotheek kon bezwaren.7
In §8.3.7.5 heb ik uiteengezet dat de wetgever van 1838 (en de Franse wetgever van 1804) het specialiteitsbeginsel een andere betekenis en functie toekende(n) dan het bepaaldheidsvereiste. De bovenstaande auteurs gebruikten weliswaar het bijvoeglijk naamwoord ‘bepaalde’, maar daarmee gaven zij aan dat partijen het object van een speciale hypotheek afzonderlijk in de akte moesten aanduiden. Zij gebruikten dus met andere woorden de term ‘bepaalde goederen’ in de betekenis van afzonderlijk aangeduide goederen. Deze benadering sloot aan bij de betekenis van het specialiteitsbeginsel. Zij gebruikten niet de term specialiteit voor het vereiste dat de levering of vestiging een bepaald voorwerp had. Hoewel zij het specialiteitsvereiste en bepaaldheidsvereiste inhoudelijk uit elkaar hielden, geniet een uniforme terminologie de voorkeur, om een eventuele begripsmatige verwarring te voorkomen.8