Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.2.2:2.2.2 Hoofdelijkheid en het regresrecht
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.2.2
2.2.2 Hoofdelijkheid en het regresrecht
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS589724:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerst gebruikte vorm van hoofdelijkheid waarvan wij kennis hebben, is het door medeborgen op grond van de stipulatio aanvaarden van hoofdelijke aansprakelijkheid.1 De hoofdelijkheid moet uitdrukkelijk worden bedongen omdat het verdelen van de prestatie de norm is in het Romeinse recht.2 Er is een nauwe verwantschap tussen de borgtocht en de hoofdelijkheid. Dat maakt het niet verrassend dat nieuwe manieren om gestalte te geven aan de bijdrageplicht tussen de betalende borg (sponsor), de hoofdschuldenaar en de medeborgen (fide-promissores) in de loop van de tijd ook worden toegepast bij hoofdelijk aansprakelijke schuldenaren.
Opgemerkt wordt dat het Romeinse recht geen eigen term heeft om de hoofdelijkheid mee te benoemen. De rechtsfiguur wordt aangeduid met verschillende termen zoals teneri in solidum, obligari in solidum of duo rei stipulandi. De veelheid aan termen heeft in latere tijden voor discussie gezorgd. Dit geldt in het bijzonder voor de in D. 34, 3, 3, 3 genoemde term correus. Deze aanduiding voor een hoofdelijke schuldenaar, waarvan de terminologie correaliteit en correële verbintenis is afgeleid3, heeft met name bij de negentiende-eeuwse Duitse Pandektisten voor veel pennenvruchten gezorgd.4
2.2.2.1 Het regresrecht tussen hoofdelijke schuldenaren: drie ontwikkelingsfasen