Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/X.4:X.4 Rechtsvorderingen
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/X.4
X.4 Rechtsvorderingen
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178727:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie OK 16 juli 1987, NJ 1988/579, m.nt. Maeijer (Briljant).
Tenminste als de geschonden norm van openbare orde is, hetgeen meestal het geval zal zijn. Zie § VI.1, nt. 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtsvorderingen corresponderen met de rechtsgronden en geven daarom weinig problemen. Wie wil klagen over schending van de jaarrekeningvoorschriften, verzoekt aan de Ondernemingskamer de rechtspersoon te bevelen tot herinrichting van zijn jaarrekening. Het is niet nodig – maar ongetwijfeld wel raadzaam – de Ondernemingskamer daarnaast te verzoeken het jaarrekeningbesluit te vernietigen. Is de vernietigingsgrond daarentegen gelegen in art. 2:15 BW, dan is het zaak de rechtspersoon te dagvaarden voor de rechtbank van zijn woonplaats (art. 2:15 lid 3 BW). Ten slotte kan de Ondernemingskamer ook in een enquêteprocedure een jaarrekeningbesluit vernietigen.1
Anders ligt dit voor het nietige jaarrekeningbesluit. Vooropstaat dat elke rechter de nietigheid ambtshalve moet onderzoeken, zo ook de Ondernemingskamer.2 Een daarop gericht verzoek in de jaarrekeningprocedure is evenwel onmogelijk. Constateert de Ondernemingskamer de nietigheid van het besluit waarbij de litigieuze jaarrekening is vastgesteld, dan heeft de verzoeker naar mijn mening geen belang meer bij de jaarrekeningprocedure. Een bevel tot herinrichting van een rechtens niet- bestaande jaarrekening is weinig zinvol, zodat de Ondernemingskamer de verzoeker ambtshalve niet-ontvankelijk moet verklaren (art. 3:303 BW). De aangewezen weg is het vorderen van een verklaring voor recht bij de rechter van de woonplaats van de rechtspersoon (art. 105 Rv). Die rechter kan de nietigheid vaststellen. Voor de praktijk evenwel is deze benadering wellicht wat formeel: als de Ondernemingskamer de eiser niet-ontvankelijk verklaart, zal zij overwegen dat het jaarrekeningbesluit nietig is. Die overweging zal in de praktijk veelal genoeg zijn.