Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/12.1:12.1 Inleiding
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/12.1
12.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351957:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beschermingsprefs zullen in de regel worden uitgegeven in een situatie die ik in paragraaf 3.2.3 onder c heb aangeduid als oorlogstijd. Daarvan is sprake in geval van een vijandig openbaar bod of een ongewenste concentratie van stemmenmacht. Dit betekent dat de beschermingsprefs voor het overgrote gedeelte van het bestaan van de vennootschap niet zullen zijn uitgegeven of wellicht wel nooit zullen worden uitgegeven. De beschermingsprefs leven een sluimerend bestaan.1 De vennootschap is echter wel voorbereid op een oorlogssituatie en in die situatie kunnen beschermingsprefs worden uitgegeven.
Gedurende de tijd dat de beschermingsprefs niet zijn uitgegeven, kan besloten worden om de beschermingsprefs af te schaffen. Ik onderscheid daarbij in twee situaties. De eerste is dat de vennootschap en/of de stichting het initiatief neemt om de beschermingsmaatregel te beëindigen. Bijvoorbeeld omdat de vennootschap de mogelijkheid tot bescherming niet langer wenselijk acht of een ander beschermingsmiddel wenst toe te passen. Hierover gaat paragraaf 12.5.2. Een tweede mogelijkheid is dat een (vijandige) aandeelhouder de vennootschap verzoekt om de beschermingsprefs uit de statuten te schrappen. Daarover gaat paragraaf 12.5.3.
Is eenmaal sprake van oorlogstijd, dan kunnen de beschermingsprefs worden uitgegeven. In principe zal die uitgifte niet onbeperkt in tijd voortduren.2 Zo zal de uitgifte van beschermingsprefs volledig worden beëindigd zodra de oorlogssituatie voorbij is. Zijn de beschermingsprefs uitgegeven na aankondiging van een openbaar bod, dan zal de stichting continuïteit bovendien rekening moeten houden met de biedplicht. Indien zij namelijk na aankondiging van een openbaar bod langer dan twee jaar overwegende zeggenschap houdt, dan zal zij een openbaar bod moeten uitbrengen. Dit is niet wenselijk en het ligt daarom in de rede om de uitgifte van beschermingsprefs binnen twee jaar na aankondiging van een openbaar bod te beëindigen, of – indien nog immer sprake is van oorlogstijd – het belang aan beschermingsprefs af te bouwen tot net onder de 30%-grens. In deze twee situaties ligt het initiatief tot beëindiging van het uitstaan bij de vennootschap en/of de stichting, waarover meer in paragraaf 12.6.
Het initiatief tot beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs kan ook bij een ander liggen. Zo is niet ondenkbaar dat de (activistische) aandeelhouder, de vijandige bieder en/of een aandeelhouder – gemakshalve spreek ik van een (vijandige) aandeelhouder – die de plannen van de bieder of activist steunt – al dan niet door tussenkomst van de rechter – de vennootschap verzoekt om de uitgifte van de beschermingsprefs te beëindigen. De mogelijkheden die de (vijandige) aandeelhouder heeft, stel ik in paragraaf 12.7 aan de orde.
Alvorens ik de situaties waarin beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs kan plaatsvinden bespreek, zal ik eerst in paragraaf 12.2 en paragraaf 12.3 aandacht besteden aan de methoden van beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs. Op de beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs bij financiële ondernemingen en de bmvk kom ik terug in paragraaf 12.4.