Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.4
5.8.9.4 Het verzetrecht van enkele bijzondere verzetgerechtigden
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648987:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 12 januari 2010, JOR 2010/94. Zie ook Rb. Utrecht 31 juli 1996, JOR 1996/96; Zie r.o. 5.2: “De curator is slechts bevoegd in zijn hoedanigheid voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers op te komen. Daarvan is sprake als de boedel bij zijn optreden baat zal vinden. Dat geval doet zich hier niet voor. Als het verzet gegrond wordt verklaard en Haverkort B.V. te zijner tijd tot betaling dient over te gaan, komen die betalingen toe aan de individuele schuldeisers en niet aan de boedel. Dat de schulden in het faillissement door die betalingen zullen afnemen is niet aan te merken als een belang van de gezamenlijke schuldeisers/de boedel in evengenoemde zin.”
Hof Amsterdam 12 januari 2010, JOR 2010/94, r.o. 3.2.
Naast de reeds geschetste – meer fundamenteel van aard zijnde – onduidelijkheden die binnen het 403-regime leven ten aanzien van de vraag welke partijen als schuldeiser en als verzetgerechtigde aan kunnen worden gemerkt, is er nog een aantal bijzondere gevallen. In de jurisprudentie is een aantal situaties aan de orde geweest waarin sprake was van ‘bijzondere’ categorieën schuldeisers.
Een bijzondere groep schuldeisers die heeft getracht om gebruik te maken van het verzetrecht, zijn de curatoren. Bij in verzet komende curatoren heeft de rechtspraak nog eens bevestigd dat het verzetrecht toekomt aan iedere schuldeiser individueel. Het verzet heeft dan ook relatieve werking en geen absolute werking. Aan een curator, die optreedt voor de gehele groep schuldeisers komt het recht van verzet daarom niet toe.1 Het standpunt van de Ondernemingskamer daaromtrent is duidelijk:2
“Ingevolge artikel 68 lid 1 Faillissementswet is de curator, als wettelijke vertegenwoordiger van de gezamenlijke schuldeisers, belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel en kan hij daartoe in rechte optreden. De curator kan in beginsel slechts vorderingen instellen die aan de gefailleerde toekomen. Het instellen van een vordering jegens een derde ten behoeve van de gezamenlijke handelscrediteuren van Ster Koeriers op grond van de 403-verklaring valt buiten de bevoegdheid van de curator.”