Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.5:5.4.5 Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2007 (B/Ontvanger): verrekening door een belastingplichtige van een belastingschuld met een vordering uit onrechtmatige daad
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.5
5.4.5 Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2007 (B/Ontvanger): verrekening door een belastingplichtige van een belastingschuld met een vordering uit onrechtmatige daad
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS607200:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit arrest gaat primair over de vraag of betekeningkosten ter zake van een door de ontvanger uitgevaardigd dwangbevel terecht in rekening zijn gebracht. Die kwestie blijft hier buiten beschouwing. Daarnaast komt ook een verrekeningskwestie aan de orde. De belastingplichtige stelt een aanslag omzetbelasting, waarvoor het dwangbevel was uitgevaardigd, niet verschuldigd te zijn omdat hij in een brief aan de ontvanger had aangegeven deze aanslag te betalen door middel van verrekening met een vordering van de belastingplichtige uit onrechtmatige daad op de ontvanger. Deze brief vormde als het ware een 'verrekeningsverklaring' door de belastingplichtige. Het Hof overweegt dienaangaande dat het open systeem van de Iw 1990 niet van toepassing is wanneer het om verrekeningsvraagstukken gaat en dat de bedragen die voor verrekening als bedoeld in artikel 24 Iw 1990 in aanmerking komen, beperkt blijven tot uit te betalen en te innen bedragen ter zake van rijksbelastingen en andere belastingen en heffingen. In dit verband verwijst het Hof naar het arrest Ontvanger/Van Kampen I, waarin de Hoge Raad de vraag of andere dan hiervoor genoemde bedragen verrekend mogen worden, ontkennend heeft beantwoord.1 Het Hof vat het arrest aldus samen dat volgens de Hoge Raad de parlementaire geschiedenis geen aanknopingspunten biedt voor de veronderstelling dat, naast verruiming van de bevoegdheid van de ontvanger tot verrekening met betrekking tot andere belastingen dan rijksbelastingen en andere heffingen waarmee de ontvanger bemoeienis heeft, ook een verruiming in die zin is beoogd, dat tevens verrekening door de ontvanger met vorderingen van belastingschuldigen van andere aard is beoogd. Het vorenstaande betekent volgens het Hof dat verrekening met een - vermeende - vordering van de belastingplichtige uit onrechtmatige daad op de ontvanger niet mogelijk is.
Onder de nieuwe formulering van artikel 24 lid 1, onderdeel b, Iw 1990 zoals die sinds 1 januari 2008 luidt, zou verrekening in dit geval wel mogelijk zijn, ervan uitgaande dat de vordering uit onrechtmatige daad op de ontvanger inderdaad verband houdt met (de invordering van) rijksbelastingen. De verrekening kan in dat geval niet plaatsvinden door de belastingplichtige maar moet geschieden door de ontvanger, eventueel op verzoek van de belastingplichtige.