Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.4.1
1.4.1 Driedeling
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS576793:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
F.S. Bloch en R. Prins (red.), Who Returns to Work and Why? A Six-Country Study on Work Incapacity en Reintegration, Transaction Publishers: New Brunswick New Jersey, 2001. Onderzocht werden Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Israël en de Verenigde Staten.
Naast Bloch/Prins ook bevestigd door SER-Advies, Kabinetsvoornemens ZW, AAW en WAO, 95/05, p.185 en 211, SCP 2012, p.17-18 en Eurofound, p.93, anders: T.J. Veerman en M. Cavé, ‘Reïntegratieprocessen bij oude en nieuwe werkgevers’, SMA 1994, p.79.
Aldus weergegeven door het SCP 2012, p.101-102.
T. Veerman en E. Palmer, ‘Work Resumption and the Role of Interventions’, in: Bloch/Prins 2001, p.250-255 en p.282.
SCP 2012, p.94-95.
Ph. De Jong en W. Velema, Nederland is niet ziek meer. Van WAO-debakel naar WIA-mirakel, APE/ Astri 2010, p.10-11.
Zie hiervoor Bloch/Prins, SCP 2012 en Eurofound. De interventies kunnen het best zijn gericht op het kleiner maken van de gelegenheid te verzuimen.
Een eerste aanzet levert een onderzoek door de International Social Security Association (ISSA) naar o.a. Nederland en Duitsland.1 In dat onderzoek worden drie elementen genoemd die relevant zijn voor re-integratie bij zieke werknemers. Het gaat om:
interventies bij arbeidsongeschiktheid
ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid
hoogte van inkomen bij arbeidsongeschiktheid
Interventies: bij interventies gaat het om ingrepen gericht op re-integratie. Een actieve aanpak van re-integratie is succesvoller dan passiviteit. Van veel interventies is de effectiviteit echter moeilijk aan te tonen. Waar flexibele toepassing plaatsvindt van re-integratie-instrumenten, zoals bijvoorbeeld aanpassing van de werkplek en arbeidstherapeutisch werken, is de kans op succes het grootst. Verder leveren inspanningen, gericht op de terugkeer naar de eigen werkgever de beste resultaten op.2 De OESO meent dat bij de vormgeving van doelmatige interventies een paar elementen naar voren moeten komen:
financiële verantwoordelijkheid van werkgevers,
re-integratieverplichtingen van werkgevers,
de nadruk op de mogelijkheden van arbeidsongeschikten in plaats van hun beperkingen en
de regelmatige herbeoordeling van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten.3
Ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid: of de re-integratie-inspanningen worden gericht op terugkeer naar de eigen werkgever of naar een andere werkgever hangt samen met de mate van ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid. Hoge ontslagbescherming betekent het eerder richten op interne terugkeer; een lagere mate van ontslagbescherming betekent eerder ontslag en de noodzaak nieuwe werkgevers te bewegen tot re-integratie.
Hoogte van inkomen bij arbeidsongeschiktheid: er is verband te leggen tussen ontslagbescherming en de hoogte van het inkomen bij arbeidsongeschiktheid. Het gaat er daarbij niet om wie dat inkomen verschaft, maar alleen over hoe hoog dat inkomen is. In een systeem met hoge ontslagbescherming en uitgebreide inkomensbescherming is re-integratie effectief, vooral bij de eigen werkgever, maar tegen behoorlijke kosten. Een systeem met lage ontslagbescherming en lage inkomensbescherming levert ook succesvolle re-integratie op, vaak bij een nieuwe werkgever, waarbij re-integratie soms noodgedwongen plaats vindt. De werknemer moet wel, vanwege financiële druk. Een lage ontslagbescherming en een hoge inkomensbescherming levert een lagere kans om aan de slag te blijven bij de eigen werkgever en een geringe prikkel om bij een andere werkgever te gaan werken. Zo’n systeem lijkt het minst effectief.4
Combinatie
Effect
Hoge ontslagbescherming
– Hoge prikkel re-integratie eigen werkgever
Hoog inkomensniveau
– Hoge kosten
Laag ontslagbescherming
– Hoge prikkel re-integratie nieuwe werkgever
Laag inkomensniveau
– Noodgedwongen
Laag ontslagbescherming
– Lage prikkel re-integratie eigen werkgever
Hoog inkomensniveau
– Lage prikkel re-integratie nieuwe werkgever
De bevindingen van ISSA stroken met die van het SCP: ‘Eerder onderzoek geeft aanwijzingen dat landen met een genereuze inkomensbescherming en landen met weinig verplichtingen voor de werkgever relatief hoge verzuimpercentages hebben. Ook de mate van ontslagbescherming lijkt een belangrijke beïnvloedende factor te zijn voor de hoogte van het ziekteverzuim.’5
Ook ander onderzoek bevestigt dit verband.6 Dat toont aan dat verzuimgedrag van werknemers wordt bepaald door drie factoren: noodzaak, gelegenheid en behoefte. De noodzaak van verzuim ontstaat als de objectieve medische conditie (in jargon: ‘belastbaarheid’) van werknemers dermate is verslechterd dat zij niet meer kunnen voldoen aan de eisen die het werk aan hen stelt (‘belasting’). De gelegenheid om te verzuimen is afhankelijk van de mate waarin een verzuimregeling de werknemer meer of minder vrijheid laat. De gelegenheid is groter als er bijvoorbeeld ontslagbescherming is bij ziekte, als de uitkering bij ziekte relatief hoog is en als er bij ziekte aan werkgever en werknemer geen verplichtingen worden opgelegd om er wat aan te doen. De behoefte van werknemers aan verzuim wordt bepaald door hunwaardering van arbeid in het algemeen en van hun eigen werk in het bijzonder en daarnaast door omstandigheden buiten het werk, die spanningen of zorgverplichtingen met zich mee kunnen brengen.
In een juridisch onderzoek naar rechtsvorming van re-integratie bij arbeidsongeschiktheid moet vooral worden stilgestaan bij de interventies, maar is niet te ontkomen aan aandacht voor ontslagbescherming én de hoogte van het inkomen bij arbeidsongeschiktheid. Daarbij lijkt een stelsel met hoge ontslagbescherming en een hoog inkomensniveau bij arbeidsongeschiktheid de beste stimulans om de interventies te richten op de effectiefste re-integratie, te weten bij de eigen werkgever. 7