Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VI.7.1:VI.7.1 Voorwaardelijke sancties
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VI.7.1
VI.7.1 Voorwaardelijke sancties
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS598629:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook beslissingen over de executie van sancties geven soms blijk van een ongeoorloofd schuldoordeel. Een tweetal Duitse zaken vormt een waarschuwing voor de over de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke sanctiemodaliteiten oordelende (straf)rechter. Bejegening als schuldige aan het delict ter zake waarvan de betrokkene voorwaardelijk is veroordeeld, levert uiteraard geen problemen op. De onschuldpresumptie geldt voor dat feit niet langer. De tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke sanctie of de schorsing van de voorwaardelijke beëindiging daarvan kan echter worden bevolen op de grond dat de verdachte een nieuw feit heeft begaan. Die bejegening als schuldige aan een nieuw feit, bleek in Böhmer/Duitsland en El Kaada/Duitsland met artikel 6 lid 2 EVRM onverenigbaar, voor zover de betrokkene voor dat nieuwe feit niet is veroordeeld.1 De tweede Straatsburgse veroordeling, ruim dertien jaar na de eerste, had de Duitse wetgever kunnen voorkomen, want er zijn meerdere oplossingen voor dit probleem. De met de berechting van het nieuwe feit belaste rechter kan zich bijvoorbeeld tevens over de tenuitvoerleggingsbeslissing ontfermen. Ook is het waarschijnlijk niet in strijd met het EVRM indien het vermoeden van het begaan van een strafbaar feit de grondslag vormt voor executie van de voorwaardelijke sanctie, in plaats van de vaststelling van het begaan van een nieuw delict.2 Het onderscheid tussen bejegening als verdachte en bejegening als schuldige is in de rechtspraak immers steeds bepalend.
Gelet op deze alternatieve mogelijkheden, komt het mij onnodig voor dat de preambule van de richtlijn het soort beslissingen “as a result of which a suspended sentence takes effect” van de werking van de behandelingsdimensie uitzondert.3 De betekenis van die uitzondering lijkt bovendien beperkt, aangezien alle lidstaten aan de EHRM-rechtspraak wel zijn gebonden. Wanneer zoals in dit geval een door pragmatisme ingegeven uitzondering niet pragmatisch blijkt, kan deze beter achterwege blijven. Dat komt de coherente uitleg van het beginsel ten goede.