Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.2.7
4.2.7 Verlening van emissierechten
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS605778:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de nationale administrateur: hoofdstuk 6.
Artikel 53 lid 2 Verordening (EU) 389/2013. Zie over het EU-register meer uitgebreid: hoofdstuk 5.
Artikel 51 lid 1 Verordening (EU) 389/2013.
Artikel 51 lid 2 Verordening (EU) 389/2013.
Idem. De tweede alinea verwijst per abuis naar lid 1. Vergelijking met de Engelstalige, Duitstalige en Franstalige versie van deze Verordening maakt echter duidelijk dat de goedkeuringsbevoegdheid van de Commissie ziet op de meldingen die worden genoemd in lid 2, niet op lid 1.
http://ec.europa.eu/environment/ets/, onder ‘allocation/compliance’ (geraadpleegd op 14 februari 2017).
Die in artikel 19 Richtlijn ETS in een uitdrukkelijke grondslag voor Verordening (EU) 389/2013 voorziet.
Na de toewijzing van emissierechten, vindt de verlening van emissierechten plaats. De verlening vindt plaats overeenkomstig de regels die zijn vastgelegd in subparagraaf 16.2.1.3.3 Wm. Ingevolge artikel 16.35 Wm kan de verlening slechts plaatsvinden indien voor de betrokken inrichting een vergunning overeenkomstig artikel 16.5 Wm is verleend. Ingevolge het eerste lid van datzelfde artikel vindt de verlening overeenkomstig artikel 53 Verordening (EU) 389/2013 plaats, aan degene die de inrichting drijft. Aan een inrichting die als nieuwkomer valt te kwalificeren wordt ingevolge artikel 16.35 lid 2 Wm het aantal emissierechten door het bestuur van de emissieautoriteit verleend dat aan deze inrichting ingevolge artikel 16.32 Wm is toegewezen. Deze bepaling voor nieuwkomers is echter in strijd met artikel 53 Verordening (EU), nu die bepaling ziet op alle installaties waaraan een toewijzing is gegeven. De verlening vindt ingevolge die bepaling overigens automatisch plaats overeenkomstig een lijst die door de nationale administrateur wordt geregistreerd.1 Het bestuur van de NEa speelt ingevolge artikel 53 Verordening (EU) 389/2013 bij de verlening dus geen rol.
Dat de verlening plaatsvindt overeenkomstig artikel 53 Verordening (EU) 389/2013 houdt in dat de nationale administrateur per installatie in een nationale toewijzingstabel moet aangeven hoeveel emissierechten jaarlijks worden toegewezen. De centrale administrateur ziet er vervolgens op toe dat de emissierechten jaarlijks in het EU-register worden overgeschreven naar de betreffende exploitanttegoedrekeningen, overeenkomstig genoemde tabel.2 De toewijzingstabel had voor 31 december 2012 aan de Commissie moeten worden gestuurd en moest voldoen aan de eisen die bijlage X Verordening (EU) 389/2013 hieraan stelt.3 De toewijzingstabel wordt geregistreerd in het EUTL.4 Wijzigingen in deze tabel (bijvoorbeeld ten aanzien van een nieuwkomer) dienen plaats te vinden overeenkomstig artikel 52 Verordening (EU) 389/2013. Wijzigingen genoemd in artikel 52 lid 2 Verordening (EU) dienen te worden gemeld aan, en goedgekeurd door, de Commissie.5
Bekijken we echter de registratie in het EUTL,6 dan zien we dat daar de inrichtingen (behalve de inrichtingen die in broeikasgasinstallaties zijn opgedeeld en dus als ‘BKG’ geregistreerd staan) als installatie zijn geregistreerd. Artikel 51 lid 1 jo bijlage X Verordening (EU) 389/2013 vereist echter dat deze tabel een onderverdeling naar installaties bevat, met de toewijzing per individuele installatie. In zoverre staat de verleningspraktijk op gespannen voet met Verordening (EU) 389/2013 en de Richtlijn ETS.7