De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.4.2:3.4.2 Vereisten voor een gerechtvaardigde inmenging
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.4.2
3.4.2 Vereisten voor een gerechtvaardigde inmenging
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197872:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een akkoord dat rechten van aandeelhouders wijzigt, betreft een inmenging in het eigendomsrecht van aandeelhouders en is enkel geoorloofd indien hiervoor een rechtvaardiging bestaat. Het EHRM toetst volgens een vast toetsingskader of sprake is van een rechtvaardiging.1 Een arrest van het EHRM in het kader van een preventieve herstructureringsprocedure ontbreekt (nog). Uit de rechtspraak van het EHRM kan worden afgeleid dat de inmenging in eigendomsrechten gerechtvaardigd is wanneer is voldaan aan een drietal cumulatieve vereisten. De inmenging moet (i) een voldoende wettelijke basis kennen (bij wet voorzien zijn), (ii) in het algemeen belang zijn en (iii) proportioneel zijn. Deze vereisten gelden zowel voor regulering als ontneming van het eigendomsrecht, zij het dat in geval van ontneming in beginsel een schadevergoeding is vereist wil sprake zijn van een gerechtvaardigde inmenging.2 Hieronder onderzoek ik aan de hand van de drie rechtvaardigingsvereisten of de inmenging in het eigendomsrecht van aandeelhouders bij preventieve herstructureringsprocedures geoorloofd is.
3.4.2.1 Voorzien-bij-wet3.4.2.2 Algemeen belang3.4.2.3 Proportionaliteit