Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.2.2
2.4.2.2 De kern van het probleem
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363908:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Europese Commissie 2010 – Groenboek Corporate Governance in financiële instellingen, p. 8 en de Nederlandse Corporate Governance-code, Principe IV.1.
Zie voor de grondleggende analyse van deze hindernissen Berle/Means 1932.
Vgl. De Jongh 2009, p. 445.
Zie oorspronkelijk Jensen/Meckling 1976.
Zie onder meer G. Raaijmakers 2009, p. 434-435 en Hansmann/Kraakman 2004, p. 21-31.
Sommige – met name continentaal-Europese – beursvennootschappen worden gedomineerd door een grote aandeelhouder of een groep grote aandeelhouders; in dat geval is de effectieve controle van het bestuur door aandeelhouders geen issue (§ 2.4.1), vgl. Winter 2011, p. 133; Van der Elst/Aslan 2009, p. 15 e.v. en De Jong/Mertens/Roosenboom 2006, p. 359-360.
Zie Kuijpers 2011, p. 148 en p. 152 (overzicht) en De Jongh 2009, p. 445.
Easterbrook/Fischel 1996, p. 83.
Zie hierover Easterbrook/Fischel 1996, p. 166 (met verwijzingen).
Zie nader Van der Elst/Aslan 2009, p. 46-49.
Het onderscheid tussen het collective choice- en het collective action-probleem wordt niet altijd even strikt gemaakt, zie bijvoorbeeld Black 1992, p. 821.
Zie voor een empirische onderbouwing daarvan De Jong/Mertens/Roosenboom 2006, p. 365.
Zie onder meer: De Jongh 2009, p. 445; Armour/Hansmann/Kraakman 2009, p. 36; Bratton/McCahery 2005, p. 433; Black/Coffee 1997, p. 2046 (praktijkvoorbeelden) en Black 1992, p. 821-822. Dit probleem werd voor het eerst geanalyseerd door Grossman/Hart 1980.
Black 1992, p. 821-822. Zie voor praktijksituaties: Abma 2007, p. 82 en Black/Coffee 1997, p. 2043- 2044 en p. 2055 e.v.
Abma 2007, p. 83.
Algemeen wordt aangenomen dat de aandeelhoudersvergadering een zodanige invloed dient te kunnen uitoefenen dat zij een volwaardige rol speelt in het systeem van checks and balances in de vennootschap.1 In de uitoefening van de hen toekomende controlerende taak worden de aandeelhouders met een aantal onderling samenhangende hindernissen geconfronteerd.2 Hierdoor wordt het effectief functioneren in de aandeelhoudersvergadering bemoeilijkt3 en wordt de rol van aandeelhouders afgezwakt.
I. Het agency-probleem
In de eerste plaats hebben aandeelhouders te kampen met het zogenaamde agency-probleem.4 Door de specifieke deskundigheid van het bestuur is er sprake van een informatie-asymmetrie: aandeelhouders zijn noodzakelijkerwijs minder goed op de hoogte dan het bestuur, ondanks wettelijke bepalingen die voorschrijven dat het bestuur inlichtingen verschaft aan aandeelhouders.5
II. Verspreid aandelenbezit
Een tweede hindernis is de relatief grote spreiding6 van aandelen van Nederlandse beursvennootschappen onder verschillende houders.7 Beleggers houden doorgaans dusdanig kleine belangen dat zij – ieder voor zich – onmogelijk een vuist kunnen maken naar het bestuur. Beleggers zullen eerder geneigd zijn te stemmen met hun voeten (“Wallstreet walk”).8
III. Het collective choice en collective action-probleem
Uit het hiervoor genoemde verspreide aandelenbezit vloeien twee andere hindernissen voort. In de eerste plaats worden aandeelhouders gehinderd door het collective choice-probleem. Individuele aandeelhouders hebben geen economische prikkel om informatie te vergaren teneinde hun stem op de juiste wijze uit te kunnen brengen omdat hun stem niet doorslaggevend zal zijn.9 Dit wordt versterkt als er een grootaandeelhouder is die de stemming kan beïnvloeden.10 Een tweede hindernis voor “verspreide aandeelhouders” is het collective action-probleem of coördinatieprobleem.11,12 Individuele aandeelhouders worden ontmoedigd om zich in te spannen voor betere governance of prestaties van de vennootschap doordat de overige aandeelhouders, die geen inspanningen hebben verricht, (mogelijk) meeprofiteren.13 Een minderheid draagt de lasten, terwijl de meerderheid kan free riden.14 Dit probleem wordt versterkt naarmate het aandelenbezit versnipperd is en dus meer partijen van de inspanningen profiteren.15