Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/4.4.0
4.4.0 Inleiding
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS622650:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 109 (2) LPA 1925.
Law Commission Report (204) 1991, p. 60.
Law Commission Report (204) 1991, p. 60.
Tenzij de hypotheekhouder zich actief met het bewind gaat bemoeien, zie Re: Standard Chartered Bank Ltd v Walker [1982] 1 WLR 1410, CA.
Zie Cully v Parsons [1923] 2 Ch 512.
Clark e.a. 2014, p. 567, met verwijzing (voetnoot 23 aldaar); zie voor gebondenheid aan een huurovereenkomst par. 3.4.
Law Commission Report (204) 1991, p. 60. De Law Commission prefereert zelfs bewind boven inbezitneming en bepleit een beperking van het recht op possession van de hypotheekhouder.
Law Commission Report (204) 1991, p. 62.
Clark e.a. 2014, p. 509: Re Vimbos Ltd [1900] 1 Ch 470; Robinson Printing Co Ltd v Chic Ltd [1905] 2 Ch 123; Deys v Wood [1911] 1 KB 806, CA; America Express International Banking Corpn v Hurley [1985] 3 All ER 564; Circuit Systems Ltd v Zuken-Redac (UK) Ltd [1997] 1 WLR 721 at 739.
Uit de vorige paragraaf blijkt dat de Engelse hypotheekhouder via het aanstellen van een bewindvoerder ruime mogelijkheden heeft om de inkomsten uit het vastgoed te ontvangen en de waarde daarvan te waarborgen. Het aanwijzen van een bewindvoerder is daardoor een interessante bevoegdheid. Met name als daarbij ook wordt gekeken naar de positie die de bewindvoerder ten opzichte van de hypotheekhouder en de hypotheekgever inneemt.
Als een bewindvoerder op grond van de wet wordt aangewezen, geldt hij namelijk als vertegenwoordiger van de hypotheekgever.1 Art. 109 lid 2 LPA 1925 bepaalt daaromtrent:
‘2. A receiver appointed under the powers conferred by this Act, or any enactment replaced by this Act, shall be deemed to be the agent of the mortgagor; and the mortgagor shall be solely responsible for the receiver’s acts or defaults unless the mortgage deed otherwise provides.’ (onderstreping SvB)
Volgens de Law Commission is het mogen vertegenwoordigen van de hypotheekgever door de bewindvoerder vooral een kwestie van ‘convenience’.2 Aangezien de bewindvoerder met het vastgoed van de hypotheekgever aan de slag gaat, is het makkelijker als hij ook diens rechtspositie inneemt. Die rechtspositie bepaalt dan meteen voor een groot deel zijn handelingsruimte:3 de bewindvoerder mag in principe dezelfde handelingen verrichten als de hypotheekgever. Dit betekent bijvoorbeeld dat de bewindvoerder een door de hypotheekgever gesloten overeenkomst, zoals een onderhouds- of serviceovereenkomst, kan opzeggen conform de voorwaarden in die betreffende overeenkomst.
Uit het geciteerde artikellid volgt bovendien dat ingevolge die vertegenwoordiging niet de hypotheekhouder aansprakelijk is voor het handelen van de bewindvoerder, maar de hypotheekgever. De handelingen van de bewindvoerder worden immers uitsluitend aan de hypotheekgever toegerekend.4 Dat betekent onder meer dat slechts de hypotheekgever (en niet de hypotheekhouder) kan worden aangesproken tot nakoming van overeenkomsten die de bewindvoerder in de uitoefening van zijn taak is aangegaan.5 De hypotheekhouder loopt bij bewind dus ook niet het risico om te worden aangesproken op grond van een door de bewindvoerder gesloten huurovereenkomst. En wanneer een bewindvoerder goedkeuring aan een (bestaande) huurovereenkomst verleent, is slechts de hypotheekgever aan die gegeven goedkeuring (en dus aan de huurovereenkomst) gebonden.6
Voor de hypotheekgever zelf maakt het weinig verschil of de hypotheekhouder het vastgoed via inbezitneming zelf beheert, of dat dat via een bewindvoerder gebeurt. Beide partijen zijn op vergelijkbare gronden jegens hem aansprakelijk voor eventueel ondeugdelijk beheer.7 De Law Commission pleit daarbij voor een soort beroepsverzekering voor bewindvoerders, zodat eventuele schadeposten ook daadwerkelijk verhaald kunnen worden.8
Tot slot geldt in geval van een contractuele bewindregeling, dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de bewindvoerder expliciet in de overeenkomst moet zijn geregeld.9 Zou zo’n regeling ontbreken, dan geldt de contractueel aangewezen bewindvoerder als vertegenwoordiger van de hypotheekhouder. Het grootste voordeel van het aanwijzen van een bewindvoerder, het voorkomen van aansprakelijkheidsrisico’s voor de hypotheekhouder, wordt dan volledig tenietgedaan.