Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.5.1.3
3.5.1.3 De wijze van uitoefening van de bevoegdheden door de rechter
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232332:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Een mooi voorbeeld hiervan is Rechtbank Midden-Nederland 3 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3464.
Zie voor artikel 3:185 BW, Asser/Perrick 3-V 2015/181; M.J.A. van Mourik & F.W.J.M. Schols, Gemeenschap (Monografieën BW nr. B9), zevende druk, Deventer: Wolters Kluwer 2015, nr. 19.; A.L.G.A. Stille, ‘Verdeling en de rechter’, in: M.J.A. van Mourik e.a., Verdeling in de notariële praktijk, preadvies KNB, z.p. [Den Haag]: Sdu Uitgevers 2012, in het bijzonder paragraaf 5.3.
Ten aanzien van het meewegen van het algemeen belang door de rechter schrijft Snijders: ‘Aan het huidige Burgerlijk Wetboek ligt de gedachte ten grondslag dat de rechtsvorming zich alleen redelijk kan voltrekken wanneer de rechter rekening houdt met zowel de betrokken persoonlijke, als met de betrokken maatschappelijke of algemene belangen. Telkens wanneer er sprake is van een open of half open norm kan de burgerlijke rechter dus recht doen aan de in het spel zijnde algemene belangen. Hiernaast verwijzen de belangrijkste civielrechtelijke normen impliciet of expliciet naar het algemene belang,’ G. Snijders, Overheidsprivaatrecht, algemeen deel (Monografieën BW nr. A26a), Deventer: Kluwer 2011, p. 7.
In een vervolgonderzoek zou de vraag aan de orde kunnen komen of hierbij sprake is van uitleg door de rechter.
De ruime bevoegdheden van de rechter uit artikel 4:135 lid 3 BW passen goed bij de ruime discretionaire bevoegdheden van de rechter ten aanzien van een testamentaire last.1 De bevoegdheid uit artikel 4:135 lid 3 BW doet ook sterk denken aan de bevoegdheid die de rechter heeft in artikel 3:185 BW: als de deelgenoten in een gemeenschap niet tot een verdeling kunnen komen, is de rechter bevoegd de verdeling vast te stellen. Hierbij dient hij niet alleen acht te slaan op de belangen van de deelgenoten, maar ook op het algemeen belang.2 Uit de Memorie van Antwoord blijkt dat de minister het algemeen belang in elk geval aanwezig acht wanneer de te verdelen gemeenschap een bedrijf omvat. Algemeen belang is hier synoniem aan maatschappelijk belang.3 De rechter is niet alleen bevoegd zelf te verdelen, hij kan ook de wijze van verdeling gelasten.4
Ook bij de uitoefening van zijn bevoegdheid uit artikel 4:135 lid 3 BW zal de rechter het algemeen belang in zijn oordeel moeten betrekken.5 De wijze waarop met het algemeen belang rekening moet worden gehouden en hoever de rechter hierbij mag of moet gaan, zal mede afhankelijk zijn van de inhoud van de uiterste wilsbeschikking waaruit de conversielast voortvloeit. Uiteraard zal de rechter groot belang moeten hechten aan de bedoeling van de erflater. Het is immers de uiterste wilsbeschikking van de erflater die moet worden uitgevoerd. Maar daar waar deze wil niet duidelijk is, kan de rechter zijn vrijheid nemen.6