Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/2.2.4:2.2.4 De dividend- en tantièmebelasting van 1917
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/2.2.4
2.2.4 De dividend- en tantièmebelasting van 1917
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305596:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1915 stelde minister Treub voor de belastingheffing van NV’s uit de inkomstenbelasting te lichten. Treub zag deze heffing als een zakelijke belasting, een heffing van de vennootschap, die niet thuishoorde in de inkomstenbelasting. De belastingheffing van NV’s werd daarom in een aparte wet opgenomen, de dividend- en tantièmebelasting 1917.
De dividend- en tantièmebelasting 1917 belastte de uitdelingen van de winst. Het object van de belasting werd uitgebreid: werd onder de Wet op de inkomstenbelasting 1914 alleen belasting geheven van winstuitdelingen aan aandeelhouders en soortgelijke deelgerechtigden in de winst, thans werd voorgesteld de belasting ook te heffen van tantièmes. Deze uitbreiding werd gemotiveerd met een beroep op de dringende behoefte van de schatkist. Het tarief van de belasting was 6,5%.
Aanvankelijk werden in art. 2 van de ontwerpwet gewone en buitengewone uitdelingen die onder de naam van dividend, tantième, rente of onder welke andere naam ook werden gedaan aan aandeelhouders en deelnemers en dergelijke, tot de belastbare uitdelingen gerekend. Uiteindelijk bleek minister Treub op aandringen van de Tweede Kamer bereid om het woord ‘rente’ uit de bepaling te lichten. Hiermee werd echter geen inhoudelijke wijziging beoogd. Rente die alleen was verschuldigd wanneer de winst het toeliet, zou volgens Treub namelijk toch aan de belasting zijn onderworpen omdat art. 2 tevens betrekking had op uitdelingen onder welke naam ook gedaan aan aandeelhouders en deelnemers en dergelijke.1, 2
In de meeste landen, waaronder Nederlands-Indië, werden NV’s niet belast naar de uitgedeelde winst, maar naar de behaalde winst. Treub erkende dat een vennootschapsbelasting principiële voordelen had, maar deze voordelen werden volgens de bewindsman overschaduwd door het nadeel dat voortdurende inmenging van de fiscus in de administratie van het bedrijf nodig zou zijn, om tot een juiste vaststelling van de winst te komen.3