Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/4.2.1
4.2.1 De aanwijzing
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS625875:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 109 (1) en (5) LPA 1925 en Burn & Cartwright 2011, p. 853.
Een deed is een in bijzijn van een getuige ondertekend geschrift. Partijen kunnen zelf bepalen welke voorwaarden ze aan de (schriftelijke) aanwijzing stellen. Zie Clark e.a. 2014, p. 564, met verwijzing naar Wright’s Hardware Pty Ltd v Evans (1988) 13 ACLR 631, waarin een gezamenlijke aanstelling aanleiding gaf voor een juridische procedure.
Clark e.a. 2014, p. 564. Valt het aanwijzen van de receiver onder art. 871 van de Companies Act 2006, dan moet de aanstelling ook nog worden ingeschreven bij het companies register.
De Insolvency Act 1986 vereist een Licensed Insolvency Practicioner, welke licenties worden toegekend door Insolvency Practitioners Association: www.insolvency-practitioners.org.uk (laatst geraadpleegd op 7 maart 2016). De Law Commission bepleit vergelijkbare eisen voor een LPA-receiver: Law Commission Report (204) 1991, p. 62.
LPA-receiver is een niet gecontroleerd beroep. De Nara, ‘The Association of Property and Fixed Charge Receivers’, is een Engelse onafhankelijke beroepsorganisatie die beoogt een bepaalde kwaliteit van LPA-receivers te bewerkstelligen door middel van onder meer een ‘Code of Practice’ en ‘Guidance Notes’ waaraan leden zich dienen te committeren en het verzorgen van opleidingen. Zie www.nara.org.uk (laatst geraadpleegd op 11 november 2018) en hierover Law Commission Report (204) 1991, par. 7.39-7.47.
In art. 109 lid 1 LPA 1925 wordt bepaald hoe een bewindvoerder moet worden aangewezen:
‘1. A mortgagee entitled to appoint a receiver under the power in that behalf conferred by this Act shall not appoint a receiver until he has become entitled to exercise the power of sale conferred by this Act, but may then, by writing under his hand, appoint such person as he thinks fit to be receiver.’
Om vastgoed onder bewind te plaatsen is in beginsel niet méér nodig dan dat de hypotheekhouder een bewindvoerder een schriftelijke aanwijzing toezendt.1 Rechterlijke tussenkomst is niet vereist. De kredietovereenkomst kan aan deze aanwijzing verdere eisen stellen, bijvoorbeeld dat de aanwijzing in een bepaalde vorm wordt gedaan (bijvoorbeeld bij bijzondere akte (deed)) of dat twee bewindvoerders gezamenlijk moeten worden aangewezen.2 Uiteindelijk werkt de aanstelling zodra die is geaccepteerd.3
De keuze voor de persoon van bewindvoerder ligt bij de hypotheekhouder. Hij mag op grond van de wet iemand aanstellen die hij daarvoor geschikt acht (‘such person as he thinks fit to be receiver’). De rechtvaardiging hiervoor wordt gevonden in de overeenkomst. De hypotheekgever heeft immers bij het aangaan van de kredietovereenkomst de bevoegdheid van de hypotheekhouder tot het aanwijzen van een bewindvoerder geaccepteerd (dat wil zeggen: niet uitgesloten). Hierdoor aanvaardt hij dat hij het vastgoedbeheer uit handen moet geven aan een gevolmachtigde (attorney) en dat hij over diens aanstelling niets meer te zeggen heeft.
Aan een zogeheten ‘LPA-bewindvoerder’ worden geen formele (opleidings)eisen gesteld, anders dan bij een bewindvoerder die wordt aangesteld bij surseance van betaling (een administrative receiver) het geval is.4 Veel LPA-bewindvoerders zijn dienstverleners op het gebied van vastgoed, en zijn derhalve werkzaam binnen een veel bredere vastgoedpraktijk.5 Die expertise biedt voor de hypotheekhouder met name voordelen als het beheer van het vastgoed door de hypotheekgever te wensen overlaat. Een bewindvoerder die de vastgoedmarkt goed kent, zal over het algemeen sneller in staat zijn vastgoed weer rendabel te exploiteren dan iemand zonder noemenswaardige kennis en ervaring op dat gebied.