Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.8.5.2
9.8.5.2 Competentiestrijd
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375826:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover onder meer Holtzer die de negatieve gevolgen beschrijft van een cumulatie van bevoegdheden van ondernemingsraad en vakorganisaties. Holtzer wijst als toelichting bij deze problematiek op de IJsselwerf-zaak waarin de ondernemer tussen de ondernemingsraad (op grond van art. 25 WOR) en de vakorganisaties (op grond van het enquêterecht) als het ware vast zit. Zie Holtzer (2001), p. 256-264. Volgens Bartman leidt toekenning van enquêterecht aan de OR, met handhaving van die van de vakorganisaties, tot allerlei procesrechtelijke (en andere) complicaties en tot een nog verdergaande verjuridisering van de verhoudingen binnen de onderneming. Zie Bartman (2004), § 2. Bartman meent dat men beter een ‘permanente onderzoeker’ bij elke onderneming van enige omvang kan aanstellen, in de vorm van een direct door de ondernemingsraad gekozen vertegenwoordiger in de raad van commissarissen, met alleen een beperkte toezichthoudende taak. Een dergelijke benadering vanuit de structuur van de vennootschap verdient zijns inziens de voorkeur boven het steeds maar weer zoeken van een oplossing in de richting van de OK. Vgl. ook zijn voorstel in Het Financieele Dagblad van 17 juli 2003; ‘Structuurregeling niet afschaffen, maar moderniseren’.
Van Duren-Kloppert (2004), p. 50.
Sprengers (2005), p. 10.
Bij het toekennen van de enquêtebevoegdheid aan de ondernemingsraad naast dat van de vakbonden, wordt in de literatuur gewezen op een mogelijke competentiestrijd die kan ontstaan tussen de bevoegdheden van de vakbonden en de ondernemingsraad.1 Een competentiestrijd kan zich voordoen wanneer er tussen de vakbonden en de ondernemingsraad een verschil van opvatting bestaat over het inzetten van het enquêterecht. Van Duren-Kloppert draagt als oplossing aan dat de vakbonden alleen hun enquêterecht verliezen als bij de ondernemer een ondernemingsraad is ingesteld.2 Sprengers is geen voorstander van het voorstel van Van Duren-Kloppert om het enquêterecht bij de vakbonden weg te halen en alleen bij de ondernemingsraad neer te leggen, zo die er is. Dit zou volgens hem een nieuwe statische taakverdeling meebrengen die zeker op dit onderdeel niet gewenst is. Hij meent dat als een taakafbakening nodig is, te denken valt aan het laten vervallen van het enquêterecht van de ondernemingsraad wanneer de vakbonden van het enquêterecht gebruikmaken of hebben gemaakt over dezelfde aangelegenheid.3
Anders dan voornoemde auteurs, meen ik dat een competentiestrijd tussen de ondernemingsraad en vakbonden op het terrein van het enquêterecht zich niet snel zal voordoen. Indien zowel de ondernemingsraad als de vakbond over een eigen wettelijk enquêterecht beschikken kunnen zij dit recht onafhankelijk van elkaar inzetten, net zoals andere enquêtegerechtigden dat kunnen. Wel meen ik dat de ondernemingsraad voorafgaand aan zijn enquêteverzoek de vakbonden in de gelegenheid dient te stellen om van hun gevoelen te doen blijken, zoals de vakbond dat thans moet op grond van art. 2:349 lid 2 BW. Dit ontvankelijkheidsvereiste zorgt ervoor dat vakbonden en ondernemingsraden over en weer bekend zijn met elkaars voornemen tot het indienen van een enquêteverzoek. Willen zij beide een enquêteverzoek indienen over dezelfde aangelegenheden, dan bestaat de mogelijkheid het verzoek samen indienen. In het enquêteverzoek kan immers meer dan één verzoeker worden vermeld. Dit heeft als voordeel dat de vakbond en de ondernemingsraad elkaars enquêteverzoek kunnen ondersteunen. Strandt het enquêteverzoek op niet-ontvankelijkheid van de vakbond, dan kan het verzoek alsnog doorgaan op basis van de enquêtebevoegdheid van de ondernemingsraad, en vice versa. Dienen de vakbond en de ondernemingsraad afzonderlijke enquêteverzoeken in die qua inhoud van elkaar verschillen, dan kan OK deze verzoeken mijns inziens gevoegd behandelen. Ofwel, ik zie geen reden voor het ontstaan van een competentiestrijd bij de enquêtebevoegdheid voor de ondernemingsraad naast die van de vakbond. Een taakafbakening is volgens mij dus niet nodig, zelfs niet als de vakbond en de ondernemingsraad over dezelfde aangelegenheden een inhoudelijk verschillend enquêteverzoek indienen.