Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/7.1:7.1 Administratie onmisbaar om te kunnen besturen
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/7.1
7.1 Administratie onmisbaar om te kunnen besturen
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180100:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C. Knapper Kz., Leerboek van het boekhouden, Arnhem: J. Rinkes Jr. 1900, vijfde herziene druk, p. 1.
H. Beckman, ‘Administratie en openbaarmaking van de jaarrekening in het licht van boedelaansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen’, TVVS 98/12, p. 353-361.
J. Rutgers, Openlegging en overlegging van boekhouding (diss. Groningen), Zwolle: Uitgevers-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink 1949, p. 2 en 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het nut van het boekhouden werd door Knapper in 1900 als volgt beschreven:1
“Boekhouden is voor ieder, welke betrekking hij ook bekleeden moge, van het grootste belang. Orde is de ziel van elke huishouding, de levensvoorwaarde van elke zaak, van welken aard of omvang zij ook wezen mogen. Zonder orde is een nauwkeurige beoordeeling van den geldelijken toestand, waarin men zich bevindt, onmogelijk. En waar die toestand niet beoordeeld kan worden, daar is men ook niet in staat, de maatregelen te nemen, die geschikt zijn, om hem naar eisch te verbeteren.”
Zonder een adequate administratie is het voor het bestuur van een rechtspersoon, zeker wanneer de door de rechtspersoon gedreven onderneming enige omvang aanneemt, onmogelijk om deze goed te besturen. Het gevaar bestaat dat geen of onjuiste beleidsbeslissingen worden genomen, dat er geen of verkeerde sturing wordt gegeven aan de rechtspersoon, dat er niet of niet-tijdig wordt ingegrepen bij gewijzigde externe omstandigheden die invloed hebben op de door de rechtspersoon gedreven onderneming of dat bestuursbeslissingen worden gebaseerd op onjuiste informatie die wordt ontleend aan de niet-adequate administratie. Als gevolg hiervan is de kans reëel dat crediteuren – waartoe ook personeel en leveranciers behoren – en andere belanghebbenden bij de rechtspersoon worden benadeeld, al dan niet in hun verhaalsmogelijkheden, en ook dat de op basis van de gevoerde administratie opgestelde jaarrekening waarmee rekening en verantwoording wordt afgelegd, onjuist of onvolledig is.2
De administratie en met name de aan de administratie ontleende managementinformatie, is voor het besturen van een rechtspersoon een onmisbaar instrument. Rutgers beschreef dit in zijn dissertatie uit 1949 als volgt:3
“Dat een behoorlijke boekhouding in een goed geleid bedrijf onmisbaar is geworden, zal wel niet worden betwist. Niet allereerst omdat de koopman elk oogenblik den stand zijner schulden moet weten, en of zijn crediteuren gevaar lopen, zooals de wetgever wilde. Maar om het bedrijf goed te kunnen leiden moet de ondernemer over talrijke gegevens kunnen beschikken, teneinde bij veranderende omstandigheden onmiddellijk maatregelen te kunnen treffen. Die gegevens dienen aan de boekhouding te kunnen worden ontleend.”
Het bovenstaande is ongeveer zeventig jaar later nog steeds relevant. Om een rechtspersoon goed te kunnen besturen is betrouwbare en relevante informatie nodig. Deze informatie wordt ontleend aan de administratie.