Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.1
II.5.4.1 Inleidend
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622305:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de last: Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 409 e.v.; Klaassen/Luijten & Meijer 2008 (II), nr. 238; F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 198 e.v.; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 210 e.v.
Vergelijk Kamerstukken II 1992/93, 17141, 12, p. 29 (MvA II), Parl. Gesch. Inv. p. 2000. In sommige erfrechtelijke bepalingen wordt de verplichting uit een last overigens wel gelijkgesteld met schulden uit een legaat. Vergelijk art. 4:13 lid 2 BW, art. 4:130 lid 3 jo. 4:120 BW en art. 4:211 lid 1 BW.
Asser/Perrick 2013 (4), nr. 214. Zie ook Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 410.
De testamentaire last wordt in art. 4:130 lid 1 BW omschreven als:
‘Een testamentaire last is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan de gezamenlijke erfgenamen of aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen een verplichting oplegt, die niet bestaat in de uitvoering van een legaat (curs. NB).’
De materiële aard van de testamentaire last (hierna te noemen ‘de last’) is daarin gelegen dat hij een verplichting in het leven roept, waarvan geen nakoming kan worden gevorderd.1 Dit onderscheidt de last van het legaat. Een legaat houdt immers wel een vorderingsrecht tot nakoming in. Omdat van de last geen nakoming kan worden gevorderd, is de last ook geen schuld van de nalatenschap als bedoeld in art. 4:7 BW.2
Een last kan worden gemaakt in het morele belang van erflater, in het belang van de erfgenaam of legataris of in het belang van een derde.3 Een last kan enkel worden opgelegd aan de gezamenlijke erfgenamen, aan een of meer bepaalde erfgenamen of legatarissen, dan wel, zo bepaalt art. 4:130 lid 2 BW, aan een executeur.
Indien de lastverplichting door de betrokken erfgenamen of legatarissen niet wordt nagekomen, voorziet de wet in een sanctie, te weten de vervallenverklaring van art. 4:131 BW. Hierin schemert door dat de last in wezen niets anders is dan een ontbindende voorwaarde.