Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.3.2:4.3.2 Definitie van het begrip 'doel'
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.3.2
4.3.2 Definitie van het begrip 'doel'
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS497755:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:285 lid 1 BW
Artikel 2:286 lid 4 sub b BW
Artikel 2:26 lid 1, 2:53 lid en 2, 2:66 lid 1 en 2:177 lid 1 BW
T.J. van der Ploeg e.a., Van vereniging en stichting, coóperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, Deventer: Gouda Quint 2007, p. 20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de wet is geen definitie te vinden van het begrip 'doel'. Wel wordt een richtlijn voor het doel aangegeven in de omschrijving van de soort rechtspersoon.1 Een stichting beoogt met een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken. Het doel geeft de bewegingsruimte van een rechtspersoon aan op een bepaald moment. Daarnaast bepaalt artikel 2:285 lid 3 BW dat een stichting niet ten doel mag hebben het doen van uitkeringen aan oprichters of leden van organen of aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben. De wet geeft aan dat een stichting verplicht is het doel in de statuten op te nemen.2 Voor elke privaatrechtelijke rechtspersoon geldt dat het doel uit de statuten moet blijken.3 Verschil met de stichting is dat alleen bij die rechtsvorm een expliciete band tussen doel en vermogen is vastgelegd.
Wat dient onder het doel te worden begrepen? In elk geval het in de statuten vermelde doel. Naast het statutaire doel is het feitelijke doel eveneens onderdeel van het doel van de stichting.4 Vaak wordt in de statuten een afzonderlijk artikel opgenomen waarin vermeld wordt met welke middelen getracht wordt het statutaire doel te verwezenlijken. Dit wordt ook wel het oneigenlijke doel of tussendoel genoemd. Het heeft een instrumenteel karakter. Als bijvoorbeeld de statuten van een stichting ter bevordering van de wetenschap in haar statuten opneemt dat dit doel uitsluitend bereikt kan worden door de uitgifte van wetenschappelijke publicaties wordt daarmee wellicht de weg afgesneden deze doelstelling te bereiken door het organiseren van een seminar. Indien het bestuur van de stichting deze activiteit zou willen ondernemen, dienen de statuten gewijzigd te worden. Indien de statuten de mogelijkheid van statutenwijziging uitsluiten, zal het traject nog langer worden omdat in een dergelijk geval de rechter geconsulteerd zal moeten worden. Een dergelijke gang van zaken leidt tot een bijzondere starheid en een te weinig flexibele omgang met statuten van een stichting. Een ongewenst gevolg van het aanvaarden van middelen om het doel te bereiken als onderdeel van het doel van de stichting, is dat eerder sprake zal zijn van doeloverschrij ding.5
Ook wordt wel onderscheid gemaakt tussen een limitatieve opgave in de statuten van de middelen om het doel te bereiken of een niet-limitatieve opgave. Indien sprake is van een limitatieve opgave worden de middelen onder het doel begrepen, bij een niet-limitatieve opgave niet.
Een voorbeeld
De statuten bepalen:
Het doel kan uitsluitend worden bereikt op de volgende manieren: (...)
Het doel wordt bereikt op de volgende manieren: (...)
Het doel kan, onder andere, worden bereikt op de volgende manieren: (...)
Het zal duidelijk zijn dat de onder 1. genoemde redactie een limitatieve opsomming bevat en dus geacht moet worden onderdeel uit te maken van het doel van de stichting. De redactie onder 3. maakt duidelijk dat uitdrukkelijk sprake is van een niet-limitatieve opsomming en daarom moeten de middelen niet geacht worden onderdeel uit te maken van het doel van de stichting. De formulering onder 2. die het meest voorkomt in de redactie van statuten van een stichting, kan op twee manieren worden uitgelegd: limitatief of niet. Dit kan tot rechtsonzekerheid leiden omdat het gevolg van een al dan niet limitatieve opsomming gevolgen heeft voor de reikwijdte van het doel van de stichting.
Duidelijk moet zijn wat het doel van een stichting is. Het bestuur dient bij de uitoefening van de taak immers de doelstelling van de stichting in acht te nemen.