Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.4.4
10.5.4.4 Omvang van het gezag van gewijsde van de rechterlijke uitspraak of schikking
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577518:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Polak 2006, p. 2354.
HvJ EG 4 februari 1988, zaak 145/86 (Hojfmann/Krieg), Jur. 1988, p. 645, NJ 1990, 209 m.nt. Jcs.
HR 12 maart 2004 (IDAT/G), Nl. 2004, 284 m.nt. PV.
Zie ook Polak 2006, p. 2354.
Zie HvJ EG 28 maart 2000, zaak C-7/98 (Krombach/Bamberski), Jur. 2000, p. 1-1935, NJ 2003, 626 m.nt. PV.
Zie HvJ EG 14 oktober 2004, zaak C-39/02 (Maersk/De Haan), Jur. 2004, p. 1-9657; HvJ EG 13 juli 1995, zaak C-474/93 (Hengst/Campese), Jur. 1995, p. 1-2113; HvJ EG 21 mei 1980, zaak 125/79 (Denilauler/Couchet Frères), Jur. 1980, p. 1553, NJ 1981, 184 m.nt. JCS.
Bij de erkenning en tenuitvoerlegging van een massaclaim doet zich de vraag voor welke personen aan de rechterlijke uitspraak of schikking zijn gebonden. De procespartijen zelf zijn in ieder geval aan de rechterlijke uitspraak of schikking gebonden. Moeilijker ligt het bij de beantwoording van de vraag of de gelaedeerden die niet hebben geprocedeerd door de rechterlijke uitspraak of schikking worden gebonden.
Polak maakt een onderscheid tussen de positieve binding en de negatieve binding van een rechterlijke uitspraak of schikking.1 Met de positieve binding doelt hij op de vraag of een gelaedeerde zich jegens de laedens kan beroepen op een buitenlandse rechterlijke uitspraak of schikking. Denk bijvoorbeeld aan de gelaedeerde van een kartel die, net als de buitenlandse gelaedeerden, schadevergoeding wil verkrijgen van de inbreukpleger. Met de negatieve binding doelt hij op de vraag of de laedens de rechterlijke uitspraak of schikking uit het buitenland kan tegenwerpen aan de gelaedeerde. Denk bijvoorbeeld aan de laedens die aan de gelaedeerde die een individuele schadevordering wil instellen, tegenwerpt dat er reeds een rechterlijke uitspraak of schikking bestaat die voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking komt. Hij ziet zowel de positieve binding als de negatieve binding als verschijningsvormen van de (subjectieve) omvang van het gezag van gewijsde van de rechterlijke uitspraak of schikking. De (subjectieve) omvang van het gezag van gewijsde dient weer te worden bepaald door het toepasselijke recht.
In de zaak Hoffmann/Krieg heeft het HvJ EG bepaald dat een buitenlandse beslissing in de aangezochte staat in beginsel dezelfde werking moet hebben als zij in de staat van herkomst heeft.2 De Hoge Raad heeft in navolging van het HvJ EG geoordeeld dat de omvang van het gezag van gewijsde dat aan een beslissing toekomt en het rechtsgevolg daarvan niet bepaald worden door het (proces)recht van het land van erkenning, maar door het (proces)recht van het land waarin de beslissing is gegeven (de lex fori originis).3Hoewel het in de uitspraak van de Hoge Raad ging om een Belgische beslissing (en dus van een rechter van een lidstaat zodat de EEX-VO van toepassing is) zijn er geen goede gronden aanwezig om aan te nemen dat de uitspraak niet zou gelden bij een beslissing uit een niet-lidstaat.4 Vanuit het perspectief van de procesefficiëntie dient te worden voorkomen dat voor de rechter van het aangezochte land opnieuw (mededingingsrechtelijke) geschilpunten aan de orde komen die reeds bij de rechter in het land van herkomst aan de orde zijn geweest of hadden kunnen komen.
Op grond van de lex fori originis dient te worden bepaald of een benadeelde zich jegens de laedens kan beroepen op de rechterlijke uitspraak of schikking en of de laedens de buitenlandse rechterlijke uitspraak of schikking aan een gelaedeerde kan tegenwerpen. Daarbij zal de buitengrens van de werking van de lex fori originis worden bepaald door de vraag of er kennelijk strijd is met de openbare orde van het aangezochte land (artikelen 34, 57 en 58 EEX-vo), nu schending van een fundamenteel recht een beroep op de weigeringsgrond van de openbare orde kan rechtvaardigen.5 In het kader van massaclaims en de positieve binding van een rechterlijke uitspraak of schikking wijst Polak op de mogelijke ongelijke behandeling van de benadeelden (denk bijvoorbeeld aan het geval waarbij de benadeelden van een mededingingsinbreuk die wonen in de landen A en B een schadeloosstelling krijgen, maar de benadeelden van de mededingingsinbreuk die wonen in land C niet). In het kader van massaclaims en de negatieve binding van een rechterlijke uitspraak of schikking wijst hij op de schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor (artikel 6 EVRM, zie ook de niet-regelmatige of niet-tijdige oproeping van de verweerder als weigeringsgrond in artikel 34 EEX-vo),6 en het fundamentele recht van de gelaedeerde om zelf te beslissen of het individuele vorderingsrecht wordt opgegeven.7 Schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor heeft tot gevolg dat de rechterlijke uitspraak of schikking niet wordt erkend en ten uitvoer gelegd. Het fundamentele recht van de gelaedeerde om zelf te beslissen of het individuele vorderingsrecht wordt opgegeven heeft tot tot gevolg dat de gelaedeerde van een mededingingsinbreuk de mogelijkheid moet hebben gehad om niet gebonden te zijn aan de collectieve regeling (de zogenaamde opt-out regeling). Heeft de gelaedeerde op grond van de lex fori originis geen mogelijkheid gehad om niet gebonden te raken aan de collectieve regeling dan is de gelaedeerde niet gebonden aan de buitenlandse rechterlijke uitspraak of schikking en kan de laedens de rechterlijke uitspraak of schikking uit het buitenland niet tegenwerpen aan de gelaedeerde.