Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.8.2
2.8.2 'Exclusief' model
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493664:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dat het goede trouw-criterium het 'exclusief' te toetsen criterium vormt, ligt o.g.v. de tekst van art. 3 lid 1 richtlijn niet voor de hand. De minimum harmoniserende richtlijn staat dit echter wel toe.
De vraag is of dit model nog wel is toegestaan volgens het Richtlijnvoorstel consumentenrechten, daar de verwijzing naar de goede trouw als belangenafwegingsmechanisme niet langer in de considerans staat (ov. 48). M.i. kan de goede trouw ook zonder deze verwijzing een ondersteunende rol spelen. De kans dat de goede trouw als een afzonderlijk (procedureel) criterium wordt opgevat neemt door dit schrappen wel toe.
De verwijzing ontbreekt in het Richtlijnvoorstel consumentenrechten.
Tenreiro en Ferioli 1999, p. 7; Sepe 1997, p. 117.
Hierbij kan worden gedacht aan de lidstaten waar de goede trouw niet is omgezet.
Ebers 2006, p. 330.
Onduidelijk in dit opzicht is of de Commissie de mogelijkheid heeft ingezien dat zonder de verwijzing naar de goede trouw, de vaststelling van de verstoring een vrij abstract en sterk inhoudelijk karakter kan dragen.
Mostaza Claro, r.o. 36; Pannon, r.o. 25 en Asturcom, r.o. 30.
Hofstetter, r.o. 22 (het beding week af van regelend recht); Pannon, r.o. 39 en 42 (het beding kwam overeen met onder q lijst).
70. Het 'exclusieve' model behelst één doorslaggevend criterium: de aanzienlijke verstoring van het contractsevenwicht (in strijd met de goede trouw).1
Diagram 2.3
Het 'exclusieve' model gaat uit van een onzelfstandig goede trouw-criterium.2 Dit model houdt in dat de vaststelling van de aanzienlijke verstoring een (belangen)afweging vormt, die plaatsvindt aan de hand van de goede trouw, in het licht van de context. Een belangrijke indicatie voor deze ondersteunende functie van de goede trouw in de tekst van de richtlijn vormt het eerste deel van
ov. 16 considerans, dat verwijst naar goede trouw als een afwegingsmechanisme3
Bij het 'exclusieve' model past ook de opvatting dat de aanzienlijke verstoring van 'het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument' altijd strijd met de (subjectieve) goede trouw oplevert.4 Deze veronderstelling kan ertoe leiden dat de goede trouw als afwegingsmechanisme uit beeld verdwijnt en dat de aanzienlijke verstoring zonder (rechtstreekse) verwijzing naar de normatieve achtergrond uit ov. 16 considerans plaatsvindt.5 De toetsing is dan wellicht abstracter van aard. Het niet-optreden tegen de zeven lidstaten die het goede trouw-criterium niet hebben omgezet,6 bevestigt naar mijn idee dat de Commissie de goede trouw niet als een zelfstandig criterium beschouwt.7
71. De verschillende methoden van vaststelling van de aanzienlijke verstoring zijn in par. 2.4 uiteengezet. Deze methoden kunnen op min of meer concrete wijze worden toegepast (par. 2.6). De meest abstracte toetsingswijze bestaat uit een vergelijking van het beding met het wettelijk kader. Een eveneens abstracte toets bestaat uit de zoektocht naar een evenwichtsherstellende bepaling. De concrete verstoringstoetsen zijn de uitgebreide belangenafweging en de beoordeling van de redelijke verwachtingen in het licht van de omstandigheden van het geval.
Een 'exclusief' model bestaand uit een abstracte verstoringstoets (beoordeling van het beding op zichzelf en/of zoektocht naar het formele contractsevenwicht) spoort niet met de tekst van de richtlijn en de rechtspraak van het HvJ. Hierin wordt een concrete toets voorgestaan: de consument mag niet aan het kortste eind trekken eer alle omstandigheden van het specifieke geval in aanmerking zijn genomen. Met het oog op de kwalificatie 'reëel' en diens Engelse vertaling `effective', lijkt uitgesloten dat een compensatie op papier het door het HvJ bedoelde 'reële evenwicht' met zich mee kan brengen.8 Een in abstracto vastgestelde verstoring zal, zo blijkt uit de Hofstetter- en Pannon-arresten, slechts in het licht van de omstandigheden van het geval, de doorslag geven.9 Ook het indicatieve karakter van de lijst wijst op een 'exclusief' model bestaand uit een concrete toets. Deze 'exclusieve' concrete toets is voorts, gelet op de nadruk op het verstoringscriterium, overwegend inhoudelijk van aard (par. 2.5.3). Bij het exclusieve model hoort hypothese 1 in al haar varianten (par. 2.5.3 en 2.5.6).