Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.12.1:4.12.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/4.12.1
4.12.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192630:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
174. Flexibiliteit is van groot belang voor het pre-insolventieakkoord. Zowel een flexibele procedure als een flexibele inhoud van het akkoord vergroten de kans aanzienlijk dat het akkoord daadwerkelijk een oplossing kan vormen voor de problematische financiële situatie. Deze flexibiliteit vertaalt zich in vier nadere uitgangspunten. Ten eerste is het van belang dat de procedure open staat voor alle ondernemingen, ongeacht hun omvang (zie §4.12.2). Ten tweede zou het mogelijk moeten zijn het akkoord aan te bieden aan (slechts) één (of enkele) klasse(n) van vermogensverschaffers (zie §4.12.3). In §4.12.4 wordt vervolgens uiteengezet waarom het mogelijk moet zijn om verschillende klassen een uiteenlopend akkoordaanbod te kunnen doen. In §4.12.5 betoog ik ten slotte dat – idealiter – de pre-insolventieakkoordprocedure als zodanig eveneens kan worden toegespitst op de specifieke noden van het herstructureringstraject.