Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.3.1:1.3.1 Opbouw en structuur
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/1.3.1
1.3.1 Opbouw en structuur
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS296731:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 wordt vanuit historisch perspectief stilgestaan bij art. 6:181. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de buitencontractuele aansprakelijkheden in het OBW, alsook aan de totstandkomingsgeschiedenis van het huidige art. 6:181. Vervolgens vindt een wetssystematische plaatsbepaling van art. 6:181 plaats, die leest als een drieluik: in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 staat de verhouding tussen de (aansprakelijkheid van de) bezitter en bedrijfsmatige gebruiker centraal, in hoofdstuk 5 wordt de plaats van art. 6:181 ten opzichte van art. 6:170 en 171 bepaald. Hoofdstuk 3 draait vooral om de vraag naar de (on)wenselijkheid van het ontbreken van een gelijktijdige aansprakelijkheid voor dezelfde schade van de bezitter uit art. 6:173, 174 en 179 en de bedrijfsmatige gebruiker uit art. 6:181. Ook komt in dit hoofdstuk aan de orde de verhouding tussen de aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker en diverse anderen dan de bezitter die binnen afd. 6.3.2 BW kwalitatief aansprakelijk kunnen zijn voor de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken en dieren. Het betreffen ‘bijzondere’ personen als de erfpachter, de weg-, waterstaatswerk-, kabel- en leidingbeheerder (6:174 lid 2), de exploitant van een ondergronds werk (art. 6:174 lid 3), de medebezitter (6:180 lid 1), de verkrijger onder opschortende voorwaarde (6:180 lid 2) en de ouder/voogd (art. 6:183 lid 2). Ook wordt aandacht besteed aan de ‘bijzondere’ persoon van de producent uit afd. 6.3.3 BW, in het bijzonder hoe diens aansprakelijkheid zich verhoudt tot de aansprakelijkheid van de in art. 6:181 bedoelde bedrijfsmatige gebruiker. Aansluitend wordt in hoofdstuk 4 dieper ingestoken op de verhouding tussen de bezitter en bedrijfsmatige gebruiker uit het stelsel van art. 6:173, 174, 179 en 181: valt tussen deze beide aansprakelijke personen een onderlinge hiërarchie te duiden? En zo ja, wiens aansprakelijkheid – die van de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker – vormt dan het primaat of heeft juist een uitzonderingskarakter? En welke praktische gevolgen kunnen aan de onderlinge verhouding tussen de bezitter en bedrijfsmatige gebruiker worden verbonden? In hoofdstuk 5 wordt nagegaan of langs de band van de aanverwante aansprakelijkheden voor hulppersonen van art. 6:170 en 171 meer grip is te verkrijgen op de aansprakelijkheid voor hulpzaken van art. 6:181. Aan de hand van de vanuit de hoofdstukken 2 t/m 5 verkregen inzichten, wordt in de hoofdstukken 6 t/m 8 ingegaan op het materiële toepassingsbereik van art. 6:181. Centraal staan de drie kernbegrippen van art. 6:181: in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het ‘bedrijfsbegrip’, in hoofdstuk 7 op het ‘gebruiksbegrip’ en in hoofdstuk 8 op het functioneel verband-vereiste (‘in de uitoefening van’). In hoofdstuk 7 wordt ook aandacht besteed aan de in art. 6:181 lid 1 specifiek voor opstallen opgenomen tenzij-clausule. De gevallen van meerdere bedrijfsmatige gebruikers als bedoeld in de leden 2 en 3 van art. 6:181 komen eveneens in hoofdstuk 7 aan de orde.
In hoofdstuk 9 passeren de belangrijkste bevindingen van deze studie nog eens de revue en worden enkele aanbevelingen gedaan met betrekking tot de aansprakelijkheidsregeling van art. 6:181. In een afzonderlijke Bijlage achter hoofdstuk 9 zijn enkele voorstellen tot een wetswijziging uitgewerkt.