De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.5.2:3.5.2 Wet beroep leraar
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.5.2
3.5.2 Wet beroep leraar
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949474:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 31a van de Wpo, artikel 7.8 van de Wvo 2020, artikel 4.1a.1 van de Web en artikel 31a van de Wec.
Artikel 4.1a.1 vierde lid van de Web.
Zoontjens 2023, p. 77.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de Wet beroep leraar is in de Wpo, Wvo 2020, Web en Wec een artikel toegevoegd over het beroep van leraar. Deze artikelen zijn in elke wet gelijkluidend, met uitzondering van de Web waar in het vierde lid het professioneel statuut niet voorkomt. Per 1 augustus 2022 is de laatste volzin van het vierde lid van de hiervoor genoemde artikelen komen te vervallen. Bij de inwerkingtreding van de wet over het lerarenregister luidden deze artikelen nog als volgt:
Onder het beroep van leraar wordt verstaan het binnen de kaders van het onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijkheid dragen voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school.
Leraren komt een zelfstandige verantwoordelijkheid toe als het gaat om het beoordelen van de onderwijsprestaties van leerlingen.
Leraren beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap, waaronder wordt verstaan de zeggenschap over:
de inhoud van de lesstof;
de wijze waarop de lesstof wordt aangeboden en de middelen die daarbij worden gebruikt;
de te hanteren pedagogisch-didactische aanpak op de school en de wijze waarop daar uitvoering aan wordt gegeven, waaronder de begeleiding van de leerlingen en de contacten met de ouders;
het in samenhang met de onderdelen a, b en c, onderhouden van de bekwaamheid van de leraren als onderdeel van het team.
Het bevoegd gezag stelt in overleg met de leraren een professioneel statuut op waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren, bedoeld in het derde lid, wordt georganiseerd. Bij het opstellen van het professioneel statuut wordt de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen.”1
In het eerste lid wordt het beroep van leraar omschreven. Hieruit blijkt dat de leraar binnen de kaders van het beleid van de school verantwoordelijkheid draagt voor het vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische proces in de school. Dit wordt nader uitgewerkt in het derde lid. Daaruit blijkt dat de leraar over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap dient te beschikken, hieronder valt onder meer de lesstof. Uit het tweede lid blijkt tevens dat onder de verantwoordelijkheid van de leraar in het bijzonder valt dat de leraar de onderwijsprestaties van de leerling zelfstandig beoordeelt.2 Ten slotte wordt, met uitzondering van de Web, in het vierde lid bepaald dat het bevoegd gezag in overleg met de leraren een professioneel statuut dient op te stellen waarin afspraken zijn opgenomen over de wijze waarop de zeggenschap van leraren wordt georganiseerd. Tot 1 augustus 2022 was hierbij bepaald dat bij het maken van dit professioneel statuut de professionele standaard van de beroepsgroep in acht genomen moest worden. Zoals nader wordt toegelicht in § 3.7.2 is deze regel komen te vervallen. In de Web is in het vierde lid bepaald dat het bevoegd gezag met de leraren afspraken dient te maken over de wijze waarop de zeggenschap van leraren wordt georganiseerd.3 Deze afspraken hoeven voor wat betreft het mbo niet vastgelegd te worden in een professioneel statuut.
Zoontjens schrijft dat met de omschrijving van het beroep van leraar principieel is vastgelegd dat de leraar ‘zeggenschap’ heeft over het primaire proces.4 Onder het primaire proces vallen de lesinhoud en de pedagogische en didactische aanpak van het onderwijs. De omschrijving van het beroep van leraar kan worden gezien als een eerste aanzet voor professionele vrijheid van de leraar, zoals dit al langer in Duitsland gemeengoed is.