Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.4.0
4.4.0 Introductie
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS419888:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Fuller 1969, Van der Vlies 1984, Popelier 1997 en Oldenziel 1998; zie betreffende het belastingrecht onder meer Gribnau en Meussen 2002.
O.a. De Langen 1958, p. 443, Popelier 1997, p. 132 en Gribnau en Meussen 2002, p. 251. Kappelle maakt geen expliciet onderscheid tussen verschillende elementen van rechtszekerheid (Kappelle 2000, p. 65).
Van der Vlies 1984, p. 192 e.v. en Coremans en Van Damme 2001, p. 89 e.v.
Popelier 1997, p. 610.
In par. 4.2 heb ik aangekondigd dat ik van de beginselen van behoorlijke regelgeving beginselen van behoorlijk overgangsbeleid zal afleiden. Naar de beginselen van behoorlijke regelgeving is veel onderzoek verricht.1 Uit deze onderzoeken blijkt dat geen eenduidige opvatting bestaat over het antwoord op de vraag welke beginselen kunnen worden onderscheiden, hoe zij moeten worden gedefinieerd en wat zij voor gevolgen hebben. Zo zijn er auteurs die het rechtszekerheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijke regelgeving aanmerken en dit beginsel vervolgens opsplitsen in een aantal elementen2, terwijl andere auteurs deze elementen als zelfstandige beginselen van behoorlijke regelgeving aanmerken.3 Voor het uiteindelijke doel – het formuleren van beginselen van behoorlijk overgangsbeleid – acht ik dit verschil in benadering evenwel niet relevant. Hierna zal ik daarom zowel gebruikmaken van zelfstandige beginselen van behoorlijke regelgeving als van beginselen die in de literatuur als van het rechtszekerheidsbeginsel afgeleid beginsel worden aangemerkt.
De bespreking van de beginselen van behoorlijke regelgeving vindt plaats aan de hand van de door Popelier aangebrachte ordening van die beginselen.4 Daarbij zal ik tevens aandacht besteden aan de opvattingen van andere auteurs alsmede aan de eisen die de wetgever in de nota Zicht op wetgeving aan wetgeving stelt.
Gelet op de doelstelling van het onderzoek, beperk ik mij bij het afleiden van beginselen van behoorlijk overgangsbeleid tot beginselen die een rol spelen bij het maken van een keuze uit het in deel I geschetste instrumentarium van de wetgever en het beoordelen van de aldus gemaakte keuze. Deze beginselen hebben ten opzichte van de bestaande beginselen van behoorlijke regelgeving een aanvullend karakter. In feite leggen zij bij de uitleg van de beginselen van behoorlijke wetgeving een ander accent, dat is toegespitst op de omstandigheden die kenmerkend zijn voor overgangssituaties. De aldus geformuleerde beginselen verschaffen inzicht in de wijze waarop de wetgever overgangsbeleid zou moeten voeren en leiden tot een beoordelingskader voor het maken van overgangsrecht. Uit de ingrediënten voor overgangsbeleid en het beoordelingskader voor het formuleren van overgangsrecht leid ik vervolgens algemene vuistregels voor overgangsbeleid af.
Beginselen die slechts kwaliteitseisen stellen aan de getroffen overgangsmaatregel zijn noch van belang voor het maken van een keuze noch voor het beoordelen van die keuze en worden derhalve niet in het beoordelingskader opgenomen.
Hierna zal ik steeds eerst kort wat opmerken over de inhoud van een beginsel van behoorlijke regelgeving. Indien het desbetreffende beginsel leidt tot een beginsel van behoorlijk overgangsbeleid, zal ik dat aangeven. De nadere uitwerking van de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid vindt plaats in hfdst. 5 t/m 9. In par. 10.3 ga ik nader in op het afwegen van beginselen.
Het onderstaande schema geeft een leidraad voor de indeling van de rest van deze paragraaf:
Beginsel van behoorlijke regelgeving
Beginsel van behoorlijk fi scaal wettelijk overgangsbeleid
Te behandelen in par.
Uit te werken in
Eerbiediging van het vertrouwensbeginsel
Eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen
4.4.1
H5
Coherente ordening van regelgeving
Overeenstemming met hogere regelgeving
4.4.2
H6
Regelgeving mag niet het onmogelijke vragen
Technische en fi nanciële uitvoerbaarheid
4.4.3
H7
Behoorlijke bekendmaking van regelgeving
Behoorlijke bekendmaking van het overgangsrecht
4.4.4
par. 9.2
Duidelijkheid over de gelding van een rechtsregel in de tijd
Duidelijkheid over de gelding, werking en toepassing van een regel
4.4.6
par. 9.3
Regelgeving is realiseerbaar
Overgangsrecht is realiseerbaar
4.4.7
par. 9.4
Overige beginselen van behoorlijke regelgeving
Subsidiariteit en evenredigheid
4.4.6
H8