Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/7.6.2:7.6.2 Financiering door de vennootschap bij wijze van het voorschieten van middelen
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/7.6.2
7.6.2 Financiering door de vennootschap bij wijze van het voorschieten van middelen
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349473:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus Van Schilfgaarde, Geen probleem bij financiering preferente beschermingsaandelen, Het Financieele Dagblad, 15 mei 1991, Dortmond, Met het oog op de financiering van beschermingsprefs, TVVS 1991/10, p. 262.
Schwarz, Vragen bij financieren van beschermingsprefs, Het Financieele Dagblad, 1 mei 1991.
Slagter, De financiering van een Stichting Continuïteit als houdster van beschermingsprefs, TVVS 1991/7, p. 183.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de vennootschap de kosten financiert door geldmiddelen voor te schieten, is sprake van een lening door de vennootschap aan de stichting. De vraag is of een dergelijke lening onder de reikwijdte van art. 2:98c BW valt. Zou dat zo zijn, dan is onder meer de goedkeuring van de algemene vergadering vereist en dient aan de overige voorwaarden van art. 2:98c BW voldaan te worden. In de literatuur wordt over het algemeen aangenomen dat daarvan geen sprake is, omdat de kosten niet gemaakt worden met het oog op het nemen van aandelen.1 De woorden “met het oog op” willen niet meer dan het tegengaan van constructies waarbij uiteindelijk de vennootschap toch haar eigen aandelen financiert of voor de financiering daarvan moet opdraaien. De terbeschikkingstelling van middelen geschiedt niet met het oog op het nemen van aandelen, maar om de stichting in de gelegenheid te stellen zich ervan te verzekeren dat zij wanneer zij de optie wil uitoefenen over voldoende geldmiddelen kan beschikken.
Sommigen nemen een wat genuanceerder standpunt in en menen dat de vennootschap deze kosten slechts kan financieren indien de omvang van de kosten een redelijkheidstoetsing kan doorstaan.2 Weer anderen leggen de woorden “met het oog op” in art. 2:98c BW ruim uit en menen dat deze woorden zich verzetten tegen financiering van deze algemene kosten.3
Ik ben van mening dat het voorschieten van de algemene kosten niet onder de reikwijdte van art. 2:98c BW valt en verwijs daarbij naar het in paragraaf 8.2.2 genoemde motief voor het financieel steunverbod. Het financieel steunverbod ter zake van het nemen van aandelen heeft ten doel om te voorkomen dat de realiteit van het kapitaal van de nv wordt aangetast. De vennootschap mag niet in plaats van haar aandeelhouders haar eigen kapitaal financieren. Met andere woorden, zij mag niet haar eigen aandelen volstorten. De vergoeding van de in de vorige alinea genoemde kosten aan de stichting geschiedt niet met het oog op de volstorting van de beschermingsprefs. Ze geschiedt om de stichting de mogelijkheid te geven om haar functie te kunnen uitoefenen. De gelden die de vennootschap verstrekt om de algemene kosten te financieren worden niet aangewend om de volstorting van de beschermingsprefs te financieren. De storting op de beschermingsprefs wordt via een lening bij de bank of via één van de andere in hoofdstuk 8 genoemde wijzen van financiering gefinancierd. Alleen op die storting heeft art. 2:98c BW betrekking.