De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.1:5.1 Inleiding
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS387518:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een uitwerking hiervan hoofdstuk 3.
Rb. Rotterdam 20 maart 2014, JOR 2014/95, m.nt. Beckers.
Rb. ’s-Gravenhage 10 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1967.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De turboliquidatie omvat allereerst veelal een ontbindingsbesluit genomen door de algemene vergadering van de BV ex artikel 2:19 lid 1 sub a BW. Een BV kan immers niet worden ontbonden zonder een voorafgaand besluit tot ontbinding, tenzij sprake is van een andere in artikel 2:19 lid 1 sub a BW genoemde ontbindingsgrond.1 Nadat de algemene vergadering van een BV een ontbindingsbesluit heeft genomen, dient te worden voldaan aan – naar het volgens de letter van de wet lijkt – slechts één voorwaarde teneinde de BV te kunnen ontbinden zonder een daaropvolgende vereffeningsprocedure: het ontbreken van baten ten tijde van de ontbinding. De vraag rijst wat er precies onder baten in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW dient te worden verstaan (paragraaf 5.2). Nu de enige voorwaarde die lijkt te worden gesteld aan de turboliquidatie als ontbindingswijze van een BV het ontbreken van baten ten tijde van ontbinding is, zou men kunnen stellen dat een BV met slechts schulden in aanmerking komt voor een ontbinding door middel van de turboliquidatie op grond van artikel 2:19 lid 4 BW. De rechtbank Rotterdam2 en de rechtbank ’s-Gravenhage3 lijken deze opvatting te ondersteunen. Wanneer een BV met slechts schulden kan worden ontbonden door middel van een turboliquidatie, rijst een aantal vragen. Wordt de mogelijkheid tot BV-fraude op deze wijze niet vereenvoudigd? Worden schuldeisers hierdoor niet benadeeld? Strookt deze opvatting met de bedoeling van de wetgever? Op deze vragen en andere daarmee gepaard gaande kwesties wordt in paragraaf 5.3 ingegaan. Nadat een ontbindingbesluit is genomen en ten tijde van de ontbinding baten (noch schulden) bestaan, dient van de ontbinding (en het ontbreken van baten) opgaaf te worden gedaan aan de Kamer van Koophandel. Het bestuur is het orgaan dat deze opgaaf dient te doen en daarmee, althans zo moet worden aangenomen, ook het orgaan dat constateert of er ten tijde van ontbinding al dan niet baten (en schulden) bestaan (paragraaf 5.4).
Men zou dus kunnen stellen dat teneinde een BV te kunnen ontbinden via een turboliquidatie na het door de algemene vergadering genomen ontbindingsbesluit een drieledig stappenplan doorlopen dient te worden: 1) het ontbreken van baten ten tijde van het nemen van het ontbindingsbesluit moet worden vastgesteld, 2) het ontbreken van schulden ten tijde van ontbinding moet worden vastgesteld en 3) de melding van het bestuur aan de Kamer van Koophandel dient plaats te vinden. Besteed ik thans aandacht aan deze stappen.