Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.6.0:6.6.6.0 Introductie
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.6.6.0
6.6.6.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS439134:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De forum non conveniens-regeling van art. 15 Vo-BI:Ibis geeft procedurele regels die voorschrijven hoe een overdracht van de bevoegdheid tot stand wordt gebracht. Art. 15 leidt de verwijzingsprocedure zoveel mogelijk in goede banen. Het bepaalt welke partijen en gerechten om verwijzing kunnen verzoeken, naar welke gerechten van lidstaten de zaak verwezen kan worden, binnen welke termijn door het ontvangende gerecht op het verwijzingsverzoek moet worden gereageerd en, ten slotte, wat de gevolgen van een aanvaarding of weigering van de verwijzing zijn voor de partijen en de betrokken gerechten. Kortom, art. 15 van de verordening faciliteert de overdracht van de zaak vanuit het verwijzende gerecht naar het ontvangende gerecht.1
Deze uitgebreide procedure in art. 15 Vo-BIIbis staat in schril contrast tot de Nederlandse forum non conveniens-regeling in art. 4 lid 3 sub b Rv. De Nederlandse wet volstaat slechts met de woorden dat 'met betrekking tot verzoeken tot regeling van het gezag en het omgangsrecht de Nederlandse rechter zich onbevoegd verklaart indien hij zich, wegens de geringe verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland, niet in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.' Van onvoldoende binding met de forumstaat is onder art. 15 Vo-BIIbis geen sprake: het gerecht van de lidstaat verklaart zich forum non conveniens, niet omdat de zaak onvoldoende is verbonden met zijn rechtssfeer, maar omdat een gerecht in een andere lidstaat zich in een geschiktere positie bevindt om in het belang van het kind te beslissen.
Uit de behandeling van de verwijzingsprocedure in de volgende paragrafen mag blijken dat de forum non conveniens-regeling in art. 15 Vo-BI:Ibis niet altijd even helder en op bepaalde punten zelfs ondoordacht is. Bovendien bestaat het gevaar dat art. 15 Vo-BIIbis de deur openzet voor (onnodige) bevoegdheidsgeschillen. Het Europees Parlement heeft erop gewezen dat het niet uitgesloten is dat 'degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt om tactische redenen de daar bedoelde verwijzing aanvraagt om de procedure te vertragen. Dat kan doorslaggevend zijn voor de beslissing omtrent het gezagsrecht, waarbij de verblijfsduur van het kind bij de ouder met gezagsrecht een belangrijke rol speelt.'2 Het zal om deze redenen moeten zijn dat art. 15 Vo-BI:Ibis in de literatuur door sommigen met enige reserve is ontvangen.3