Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.5.1:16.5.1 Ontwerp Staatscommissie 1890
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.5.1
16.5.1 Ontwerp Staatscommissie 1890
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405760:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zo stelde in 1890 de Staatscommissie tot herziening van het wetboek van koophandel voor om het overheidstoezicht bij oprichting af te schaffen.1 Hierdoor zou volgens de Staatscommissie de behoefte ontstaan aan dwingendrechtelijke bepalingen met het doel om de realiteit van het kapitaal te waarborgen en de “meest mogelijke openbaarheid” te verzekeren van alles wat kon strekken om de financiële toestand van de vennootschap zo juist mogelijk te doen beoordelen. Daarnaast zou moeten worden voorzien in een regeling ter zake van de persoonlijke aansprakelijkheid van oprichters, andere bij de oprichting betrokken personen, bestuurders en commissarissen jegens de aandeelhouders en derden. Een minimum stortingsplicht voor aandeelhouders werd door de Commissie uitdrukkelijk van de hand gewezen:
“Een minimum van storting op de aandeelen schijnt evenmin door de wet gevorderd te moeten worden. Men pleegt […] hierin een waarborg voor derden te zien. Ten onrechte evenwel. Niet zozeer van het gestort zijn van het kapitaal, als van den vermogenstoestand van hen die tot storting verplicht zijn, hangt het crediet af dat de naamlooze vennootschap verdient. Een kapitaal, dat zelfs ten volle gestort, maar verloren is, is zeker een minder goede waarborg dan een door soliede aandeelhouders nog te storten kapitaal.”2
Naar het oordeel van de Commissie moest het belang van de vennootschapscrediteuren worden beschermd door de introductie van regels over de inbreng op aandelen anders dan in geld, kapitaalvermindering en de inkoop van eigen aandelen. Daarnaast pleitte de Commissie ervoor om het voorbeeld van een aantal buitenlandse rechtstelsels te volgen door de vennootschap te verplichten jaarlijks een balans openbaar te maken. Daarbij merkte de Commissie op dat een dergelijke verplichting slechts van betekenis kon zijn indien de wet tevens voorzag in voorschriften omtrent het opmaken van de balans.