Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/1.6.2
1.6.2 Beperking tot inbreuk makende externe werking van onmiddellijke voorzieningen
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS198037:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. OK 1 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:309, ARO 2016/46 (Delco Participa-tions B.V.). De rechtspersoon had vorderingen; de bestuurders hadden uiteenlopende visies over de opeisbaarheid van de vorderingen en de wenselijke houding tegenover de (Chinese) debiteuren. Bij onmiddellijke voorziening werd een bestuurder benoemd met beslissende stem en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid. In de overwegingen (maar niet in het dictum) werd de taak van deze bestuurder beschreven: het bepalen van het procesbeleid betreffende de vorderingen en het beslissen over eventuele incasso maatregelen.
Bijv. OK 22 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4041, ARO 2017/26 (Loda Holding B.V.), over een bedongen, maar ondanks daartoe verleende volmacht niet door de rechtspersoon gevestigd pandrecht ten gunste van de rechtspersoon. Bij onmiddellijke voorziening werd de (weigerachtige) bestuurder geschorst en een tijdelijk bestuurder benoemd.
[40] De externe invloed van een onmiddellijke voorziening hoeft niet de gedaante van een inbreuk aan te nemen. Hier worden een paar voorbeelden gegeven van voorzieningen die wel (potentieel) van invloed zijn op een contractuele relatie van de rechtspersoon, maar geen inbreuk op die relatie maken. Het komt voor dat rechtspersonen nalaten vorderingen uit overeenkomsten te innen, bijvoorbeeld omdat de bestuurder dat weigert. Met een onmiddellijke voorziening in de vorm van schorsing van de weigerachtige bestuurder kan incasso van de vordering worden bewerkstelligd.1 De Ondernemingskamer kan een maatregel nemen met het oogmerk de weg te effenen voor nakoming door de rechtspersoon van een verbintenis. Of met het oogmerk de wederpartij van de rechtspersoon de gelegenheid te geven om de prestatie, waartoe zij verplicht is, te leveren.2 In deze gevallen is er geen strijd tussen de onmiddellijke voorziening en een verbintenis van de rechtspersoon. Deze soort onmiddellijke voorziening wordt dan ook niet besproken.