Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.6.1
5.6.1 Inleiding
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS387368:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
MvT btrp, p. 21.
Bij Rentree en bij Rochdale was het omzeilen van de interne toezichthouder mogelijk door de manier waarop het bestuursmandaat was vormgegeven, aldus het rapport. “De voormalig bestuursvoorzitter van Rochdale kan, dankzij een buitenproportioneel bestuursmandaat van 50 miljoen euro, aanzienlijke investeringen voor volkshuisvestelijke activiteiten doen zonder toestemming van zijn raad.” Deelrapport Casussen, Kamerstukken II 2014-2015, 33 606, nr. 6, p. 264-265.
Teneinde de toezichthoudende taak goed te kunnen vervullen, is het niet alleen van belang dat de raad van toezicht voldoende bevoegdheden (instrumenten) heeft, maar is het ook essentieel dat de raad van toezicht tijdig voldoende concrete informatie krijgt over de stichting, de organisatie en de eventueel met de stichting verbonden onderneming. Het gaat daarbij om informatie in brede zin, zowel financiële als niet-financiële informatie. Zoals ook in de MvT btrp wordt opgemerkt vloeit uit de taakomschrijving voort dat de raad van toezicht in beginsel gekend dient te worden in belangrijke beslissingen van het bestuur. Voorwaarde is dan natuurlijk dat de raad van toezicht op de hoogte is van deze beslissingen.1
Parlementaire enquête woningcorporaties
In het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties is te lezen dat de raad van commissarissen volgens de enquêtecommissie in veel van de onderzochte casussen tekortschoot, doordat de raad te weinig tegenwicht bood aan de bestuurder. Bestuurders hadden bijvoorbeeld een (te) ruim “bestuursmandaat”.2 Bij enkele casussen valt volgens de Enquêtecommissie op dat het functioneren van het toezicht ook wordt ondergraven doordat relevante informatie onvolledig, achteraf of zelfs helemaal niet verstrekt wordt.
Zo noemt het rapport het voorbeeld van woningcorporatie WSG. De directeur-bestuurder van deze woningcorporatie informeerde zijn raad van toezicht niet volledig over de grondposities die waren gekocht. Hierdoor ontstond een vertekend beeld van de risico’s die WSG liep en kreeg de voormalige directeur- bestuurder ten onrechte letterlijk en figuurlijk te veel krediet, aldus het rapport. Ook wordt het voorbeeld genoemd van een raad van toezicht die zich in zijn oordeel over het functioneren van de organisatie en de bestuurder voornamelijk baseerde op de jaarlijkse accountantscontrole, terwijl de accountant niet altijd even indringende signalen afgaf bij de controle van de jaarrekening of zaken over het hoofd zag.