Afscheid van de klassieke procedure?
Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.6.2:II.6.2 Algemeen beeld
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/II.6.2
II.6.2 Algemeen beeld
Documentgegevens:
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
B.J. van Ettekoven en A.T. Marseille
- JCDI
JCDI:ADS300731:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de stand van de bestuursrechtspraak anno 2017 te kunnen opmaken, hebben wij de ervaringsdeskundigen allereerst de vraag voorgelegd hoe de bestuursrechtelijke procedure er voor staat. Wat gaat er beter dan tien jaar geleden, wat gaat er minder goed? Wat kunnen bestuursrechters leren van hun collega’s in het civiele en het strafrecht – en wat kunnen die op hun beurt van bestuursrechters leren? Heeft de Nieuwe zaakbehandeling voldoende voet aan de grond gekregen, of zijn we toe aan een volgende (of andere) Nieuwe zaaksbehandeling? En hoe ziet de toekomst eruit? Welke kansen bieden KEI en digitalisering?
Onze eerste vraag betrof de sterke en zwakke punten van de bestuursrechter, in vergelijking met civiele rechters en strafrechters.
Een rechter met een goede kijk op alle drie de rechtsgebieden: ‘Regie! Daar is de bestuursrechter goed in, zeker in vergelijking met de civiele en de strafrechter.’ Hij vervolgt: ‘Wat ik bij bestuursrecht altijd heb bewonderd, is het casemanagement, dat doen ze heel goed. Het werk wordt gelijkelijk over medewerkers verdeeld, de rechter is heel goed geïnstrueerd als hij op zitting komt, er wordt bijzonder effectief gebruik gemaakt van juridisch medewerkers, daar wordt ook echt geselecteerd op kwaliteit, zodat je die veel taken kunt toebedelen. Bij civiel is dat allemaal veel minder.’
De rolzitting bij civiel wordt als star en inefficiënt bestempeld, de vernieuwingen in het kader van KEI als meer dan noodzakelijk.
Een advocaat: ‘Wij kregen samen met de civilisten van ons kantoor cursus over KEI. Voor hen was het allemaal nieuw en anders, wij dachten meer: hebben ze dat daar allemaal nog helemaal niet?’
Als een van de zwakke punten van straf ten opzichte van bestuursrecht wordt genoemd het vervolg van de zaak na een aanhouding ter zitting.
Een rechter: ‘25% van de zaken komt daar ter zitting niet tot een afronding, en daarna komen er vaak ook nog andere rechters op. Heel inefficiënt.’
Maar bestuursrechters kunnen ook leren van hun civiele en strafrechtelijke collega’s.
Een rechter die op alle drie de rechtsgebieden thuis is: ‘Bestuursrechters mogen nog wel wat losser worden ter zitting. Je moet kunnen praten dwars door de gebreken van een besluit heen. Bestuursrechters die eerder in de civiele sector hebben gewerkt, lukt dat beter. Bestuursorganen vinden zo’n opstelling prettig, die willen ook dat het geschil finaal wordt beslecht.’
Een andere rechter: ‘Bestuursrechters hebben in vergelijking met civiele rechters iets ambtelijks, ze weten wat de waarde van beleid is en hebben daarom vaak veel begrip voor het standpunt van de overheid, met als risico dat ze zich daar achter verschuilen. Civiele rechters voelen zich vrijer, en voelen ook sterker dat zij verantwoordelijk zijn voor de beslissing die ze nemen.’
Als een van de punten waarop bestuursrechters van strafrechters kunnen leren, wordt de mondelinge uitspraak genoemd.
Een rechter: ‘Die bevoegdheid zouden bestuursrechters vaker kunnen gebruiken, zeker als je kijkt naar de impact van de beslissingen van beide rechters. Een bestuurlijke boete van 100 euro, daar gaat een bestuursrechter nog eens goed over nadenken. Een straf van een half jaar, die wordt door de strafrechter direct aan het eind van de zitting opgelegd.’ Als relativering laat hij er op volgen: ‘Voor uitspraken van de bestuursrechter geldt wel dat het allemaal in lijn moet passen en dat het juridisch nogal eens gecompliceerd is, dus dat kost tijd. Beslissingen van strafrechters mogen dan wel een grote impact hebben, maar je komt meestal niet veel verder als je er nog langer over nadenkt.’
Kort maar goed: bestuursrechtspraak heeft in vergelijking met straf- en civiele rechtspraak sterke kanten, maar er is geen reden voor de bestuursrechter zich rijk te rekenen. De sterke kanten van de bestuursrechtspraak zeggen deels meer over de zwaktes van de civiele en de strafrechtspraak en bovendien valt voor bestuursrechters nog genoeg te leren van die beide andere takken van rechtspraak.