Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/4.3.2.2.1:4.3.2.2.1 De normen die van invloed zijn op de strafrechtelijke rechtsbetrekking
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/4.3.2.2.1
4.3.2.2.1 De normen die van invloed zijn op de strafrechtelijke rechtsbetrekking
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946111:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover meer uitgebreid: Crijns 2010, p. 304-310.
Crijns 2010, p. 305. Volgens Crijns komt daarbij het meeste gewicht toe aan de volgende aspecten: het aan de rechtsbetrekking ten grondslag liggende feitencomplex, de graad van verdenking, de beweerdelijk overtreden strafrechtelijke norm, de fase waarin het strafproces zich bevindt en de feitelijke beslissingen die daarin tot dan toe zijn genomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is uiteengezet op welke wijze de strafrechtelijke rechtsbetrekking door verschillende auteurs in de literatuur is gepercipieerd. Het is evenzeer van belang vast te stellen welke (rechts)regels kunnen bijdragen aan de invulling van de strafrechtelijke rechtsbetrekking. Dit betreft alle normen die onderdeel uitmaken van het strafrecht en het strafprocesrecht. Het gaat dus niet slechts om de regelgeving die deel uitmaakt van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering, maar om alle normen die onderdeel zijn van het straf(proces)recht in brede zin.1 Daaronder zijn ook de normen begrepen in bijzondere strafwetgeving. Daarnaast kunnen de Grondwet en lagere wetgeving strafrechtelijke rechtsbetrekkingen be-invloeden. Dit geldt evenzeer voor het EVRM en Europeesrechtelijke regelgeving. Voorts kan jurisprudentie zorgen voor een nadere invulling van bestaande normen en kunnen daaruit tevens nieuwe normen volgen. Tot slot is noemenswaardig dat richtlijnen en beleidsregels van het OM kunnen bijdragen aan de invulling van strafrechtelijke rechtsbetrekkingen.
Logischerwijs verschilt het per rechtsbetrekking welke van bovenvermelde rechtsbronnen concreet bijdragen aan de invulling van de relatie tussen de daarbij betrokken rechtssubjecten. Met het oog op het hiervoor beschreven dynamische karakter van de rechtsbetrekking kunnen na verloop van tijd meer en ook andere normen de juridische relatie beïnvloeden. De invulling van een rechtsbetrekking op enig moment hangt dus ook in het strafrecht steeds af van de omstandigheden van het geval ten tijde van dat moment.2
Met het oog op het domein van het straf(proces)recht is voorts van belang dat het de rechtssubjecten niet is toegestaan zelfstandig, buiten het wettelijk verankerde kader, invulling te geven aan hun rechtsbetrekking. Het strafvorderlijke legaliteitsbeginsel – dat is verankerd in art. 1 Sv – verhindert dat overheidsinstanties handelen buiten de bevoegdheden die expliciet zijn toegekend. De overige partijen (de verdachte, het slachtoffer en derden) kunnen ook slechts via de wettelijk toebedeelde mogelijkheden invloed uitoefenen op het strafproces. Het strafprocesrecht is overwegend dwingend van aard en dit begrenst de invloed die rechtssubjecten hebben op de invulling van strafrechtelijke rechtsbetrekkingen waarvan zij deel uitmaken.