Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.4.1.1
4.4.1.1 Autonomie
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS301404:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde 1979, p. 33-34.
Interessant is in dit kader tevens de overweging van Van der Velden, die zijn eigen definitie van de term ‘orgaan’ heeft: ‘(…) die individuele personen of die colleges, die door wet, statuten, reglement of besluiten een formeel autonome of een feitelijk belangrijke taak te vervullen hebben waardoor zij, allereerst intern, het samenwerkingsverband aan kunnen geven, zonder dat deze taak een gevolg is van hun dienstverhouding met dat samenwerkingsverband’ (Van der Velden 1969, p. 80-81). Interessant is dat Van der Velden het hier heeft over ‘formeel autonoom of een feitelijk belangrijke taak’. Op deze manier zou de door Van Schilfgaarde genoemde directie eveneens onder de term ‘orgaan’ vallen. Zie voor een verwijzing naar de autonome rol eveneens: Dijk & Wachter 1972, p. 87; Van Hengstum & Van Steenderen 1979, p. 72; Noldus 1969, p. 16.
Bestuur artikel 2:129/239 lid 5 BW; raad van commissarissen: artikel 2:140/150 lid 2 BW. Daarmee is nog niet gezegd dat de verschillende organen het vennootschappelijk belang op dezelfde wijze zullen interpreteren. Zie in dit verband: Stienstra 2005, p. 22-26.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43 m.nt. Bröring.
HR 13 juli 2007, JOR 2007, 178 m.nt. Nieuwe Weme.
Opvallend is in dit verband een vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage. De rechtbank overwoog dat een commissaris die tevens aandeelhouder was, ook in zijn functie als commissaris gebonden is aan een tussen hem en de andere aandeelhouder gesloten aandeelhoudersovereenkomst. De feiten in die zaak lagen echter zo, dat een uitzondering op het uitgangspunt dat een de commissaris zijn taak autonoom van de aandeelhouders en de tussen hen tot stand gekomen overeenkomsten wellicht gerechtvaardigd was. Bovendien maakt de rechtbank de uitzondering dat de commissaris slechts gebonden is aan de aandeelhoudersovereenkomst voor zover dit geen strijd met het vennootschappelijk belang oplevert (Rb. ’s-Gravenhage 1 augustus 2012, JOR 2012, 286 m.nt. Blanco Fernández). Zie kritisch over deze uitspraak: Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 217.2.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 316; Van der Heijden/Van der Grinten 1992, nr. 200; Mendel & Oostwouder 2013-1, p. 41; Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 62.
Artikel 2:239 lid 4 BW. In het geval van de naamloze vennootschap ligt de situatie iets gecompliceerder, maar wordt ervan uitgegaan dat in de statuten kan worden bepaald dat het bestuur zich op algemene lijnen van het te voeren beleid dient te gedragen naar de instructies van een orgaan van de vennootschap. Zie in dit verband onder meer: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 413; Bartman & Dorresteijn 2013, p. 84 e.v.; Schilfgaarde/Winter 2009, nr. 43; Bartman & De Groot 2012, p. 247-274. Zie over de reflexwerking van de bepaling voor de besloten vennootschap: Terstegge 2014 en de aldaar aangehaalde literatuur
Een element dat Van Schilfgaarde bewust uit zijn omschrijving van de term ‘orgaan’ heeft gehouden,1 maar wel nadere aandacht verdient, is dat een orgaan in beginsel, in ieder geval naar mijn mening, een autonome rol vervult.2 Dit element is bovendien relevant voor de vraag of de Ondernemingsraad als orgaan moet worden aangemerkt
De autonome rol kan op twee wijzen worden opgevat. Allereerst kan een orgaan een autonome rol vervullen, doordat zij niet ondergeschikt is aan een ander orgaan.
Van Schilfgaarde wijst in dit verband op een bij de statuten ingestelde directie, welke ondergeschikt kan zijn aan het bestuur. Ten tweede kan een orgaan een autonome rol vervullen door onafhankelijk van het persoonlijke belang van de leden van het orgaan te acteren. Hierbij kan in ieder geval worden gewezen op het bestuur en de raad van commissarissen, die het belang van de vennootschap moeten behartigen.3 Bestuurders en commissarissen dienen zich, individueel en als orgaan, derhalve niet te richten op hun persoonlijk belang, maar op het belang van de vennootschap.
Hier beperk ik mij tot de instanties die op grond van de wet bepaalde bevoegdheden binnen de vennootschap toekomen. Het gaat derhalve in ieder geval om een omschrijving van de in artikel 2:78a/189a BW genoemde organen. Volgens mij is het in ieder geval juist om te concluderen dat deze organen een bepaalde autonomie in de eerstbedoelde vorm van het begrip moeten hebben. Deze organen mogen in beginsel niet ondergeschikt zijn aan een ander orgaan. Dit volgt onder meer uit het Forumbank-4 en recenter ABN Amro-arrest,5 maar ook uit de gehanteerde duale structuur, waarbij er juist (minimaal) twee organen zijn die ieder hun eigen bevoegdheden hebben en tevens een controlerende functie ten opzichte van elkaar hebben.6 De organen binnen de vennootschap staan naast elkaar en er is dus geen sprake van hiërarchie.7
Deze vorm van autonomie is niet absoluut, omdat de duale structuur in ons rechtssysteem niet absoluut is. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in de statuten te bepalen dat het bestuur de instructies van een ander orgaan dient op te volgen, tenzij dit in strijd is met het belang van de vennootschap.8 Desalniettemin geeft de beperking op het instructierecht, welke is gelegen in het belang van de vennootschap, weer dat zelfs dan de autonomie van het orgaan, zij het verzwakt, aanwezig is.
Of de tweede vorm van autonomie eveneens vereist is voor de kwalificatie van orgaan onder artikel 2:78a/189a BW, lijkt lastiger te beoordelen. Voor het bestuur en de raad van commissarissen lijkt dit, gezien het bovenstaande, een gegeven. Zij zijn ook in die vorm autonoom. Voor de algemene vergadering van aandeelhouders alsmede de Ondernemingsraad is dit echter maar zeer de vraag. Op de specifieke positie van de algemene vergadering van aandeelhouders zal ik in hoofdstuk 8 terugkomen. De Ondernemingsraad is voor wat betreft deze vorm van autonomie een lastig geval. Zij kan wellicht als inspiratie voor de positie van de algemene vergadering van aandeelhouder dienen.