Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.4.1.3
3.4.1.3 Handvatten in het conceptvoorstel
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675727:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit is het geval voor onderdeel d, f, k en l.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 33.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 35. Vgl. art. 183 Fw. Het is opmerkelijk te noemen dat de MvT stelt dat de uitdelingslijst wordt opgenomen in het CIR, dit is vooralsnog niet het geval. Wellicht loopt de wetgever hiermee vooruit op art. 2 lid 2 sub 3 en 8 van het conceptvoorstel Besluit houdende nadere regels inzake de publicatie van informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen in het Centraal Insolventieregister (Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister). Dit besluit regelt echter alleen dat er een mededeling in het CIR wordt geplaatst dat de uitdelingslijst ter griffie is neergelegd en dat niet wordt overgegaan tot publicatie van de integrale lijsten. Zie ook Veder en Van Hees 2019, §9.3.
Over behoorlijk bestuur, bestuurdersaansprakelijkheid en mogelijk geld dat daardoor in de boedel zal vloeien.
Dit alleen voor zover die persoonsgegevens zien op vorderingen die zij hebben op de failliet, zoals de hoogte van de vordering en contactgegevens.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 33.
Reactie van Vereniging Informaticarecht Advocaten (VIRA) op de openbare consultatie verzamelwet gegevensbescherming, 2020, online via https://bit.ly/2QMdP9D, p. 18. Deze noodzaak volgt evenmin uit het Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister.
ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2743; Reijneveld 2019b.
Zie uitgebreider Reijneveld 2019b, p. 312 e.v.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 35.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 33.
Volgens de concept-Memorie van Toelichting valt hieronder ook de overdracht van het bedrijf aan derden.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 34.
Zie kritisch: Reactie VIRA 2020, p. 4.
Vgl. Reactie NOvA 2020, p. 10.
Vgl. Reactie NOvA 2020, p. 10.
Het wetsvoorstel verleent de curator daarmee niet de vereiste aanvullende duidelijkheid. De vraag is of het de curator wel handvatten biedt om zijn werkzaamheden te kunnen bepalen. Dit zou het geval zijn indien het wetsvoorstel aanknopingspunten bevat voor de vraag welke verwerkingen noodzakelijk zijn voor het beheer en de vereffening van de boedel. Voor een aantal onderdelen gebeurt dit, omdat het al uit de Faillissementswet volgt of duidelijk in de toelichting staat.1 Zo geldt voor de bewaring van gegevensdragers en stukken van de failliet (onderdeel d) dat helder is dat de curator de categorieën “persoonsgegevens die hij aantreft in de administratie en klantenbestanden” mag verwerken door ze te bewaren.2 Over het opstellen en openbaar maken van een uitdelingslijst (onderdeel k) en de advisering, informatievoorziening en openbaring van het faillissementsakkoord (onderdeel l) geeft de Memorie van Toelichting bijvoorbeeld aan dat de namen van schuldeisers verwerkt kunnen worden, doordat zij in het verslag of op de lijst worden gezet, en die lijst vervolgens wordt geopenbaard (door neerlegging ter griffie of opname in het CIR).3 Ook hier geldt dus dat duidelijk is welke soorten persoonsgegevens hoe mogen worden verwerkt.
Een bijzonder geval is het faillissementsverslag. Over het verslag wordt duidelijk vermeld welke categorieën persoonsgegevens de curator mag verwerken (vaak van bestuurders4 en soms van schuldeisers5) en ook hoe (opstellen van het verslag en gedurende een redelijke tijd openbaren in het CIR).6 In dit geval denk ik echter dat dit onjuist is. Er bestaat discussie over de noodzakelijkheid om persoonsgegevens op te nemen in het faillissementsverslag.7 Uit rechtspraak en literatuur volgt dat de curator terughoudend moet zijn met het publiceren van persoonsgegevens in openbare faillissementsverslagen.8 De curator kan dan ook niet zonder meer concluderen dat het noodzakelijk is om dergelijke persoonsgegevens in het faillissementsverslag op te nemen.9
Voor andere onderdelen is het een stuk ingewikkelder om te bepalen wat nu precies noodzakelijke verwerkingen zijn. Zo wordt over het verslag over de stand van de boedel (onderdeel j) aangegeven dat dit nodig is “om de betrokken schuldeisers te informeren over het verloop van de faillissementsprocedure”.10 Kennelijk is dit informeren noodzakelijk voor beheer en vereffening. Welke persoonsgegevens daartoe noodzakelijk kunnen zijn, wordt niet nader toegelicht.
Het helpt de curator als er handvatten worden verstrekt over de soorten persoonsgegevens die noodzakelijk zijn. Zo blijft over het oorzakenonderzoek (onderdeel a) en de inlichting van de schuldeiserscommissie (onderdeel c) onbelicht wat voor persoonsgegevensverwerkingen noodzakelijk zijn. Over het laatstgenoemde onderdeel staat bijvoorbeeld vermeld dat de curator inlichtingen verstrekt over “hoe het bedrijf na de faillietverklaring door de curator nog even is voortgezet en hoe het faillissement verder wordt afgewikkeld”, zodat de commissie de curator kan “adviseren en eventueel […] controleren”.11 Het is zonder sturing best ingewikkeld om te bepalen wat voor gegevensverwerkingen hiervoor noodzakelijk zijn.
Hetzelfde geldt voor de voortzetting (onderdeel e).12 De conceptmemorie van toelichting stelt dat de curator de stukken en gegevensdragers van de failliet (zoals de bedrijfsadministratie en klantenbestanden) kan gebruiken in het kader van de overdracht van het bedrijf aan derden. De memorie vermeldt tevens dat het voor de curator ‘gerechtvaardigd’ is om de persoonsgegevens in dat klantenbestand te verwerken om een zo hoog mogelijke opbrengst in faillissement te bereiken. Dit zou er dus op kunnen duiden dat het noodzakelijk kan zijn voor de curator om gegevens te verwerken in het kader van het beheer en de vereffening als dit louter zorgt voor een hogere opbrengst. Toch is de toelichting niet duidelijk, omdat er ook wordt aangegeven dat de klant “vaak de keuze [krijgt] om akkoord te gaan of bezwaar te maken”.13 Dit maakt daardoor niet duidelijk of de verwerking nu op de toestemming of de taak van algemeen belang kan worden gebaseerd. Bovendien geeft de minister later aan dat “de losse verkoop van een gegevensdrager met klantenbestanden” niet zonder meer onder de taak van algemeen belang zal vallen.14 Als de curator een klantenbestand over wil dragen, moet daarvoor volgens de minister kennelijk toestemming worden gevraagd aan alle betrokkenen.15 Hiermee lijkt hij de gerechtvaardigde belangenafweging als grondslag om persoonsgegevens over te dragen, uit te sluiten.16 Dit kan voor de curator tot praktische moeilijkheden leiden, zeker wanneer sprake is van een groot bestand.17 Hetzelfde geldt voor een personeelsbestand met persoonsgegevens.18 Onduidelijk is welke verwerkingen van persoonsgegevens wel vallen onder de ‘verkoop van goederen uit de inboedel’. Daarnaast zal de koper het klantenbestand vaak al inzien voorafgaand aan het besluit om een koopovereenkomst aan te gaan, terwijl wellicht pas daarna akkoord aan de klant wordt gevraagd voor de overdracht. Onduidelijk is of die inzage dan wel onder de taak van algemeen belang valt of ook niet.
Over de vervreemding van goederen aan derden (onderdeel g), het vorderen van een bestuursverbod (onderdeel h) en het publiceren van de lijst van vorderingen (onderdeel i) volgt niet altijd uit de toelichting wat voor verwerkingen van wat voor soorten persoonsgegevens noodzakelijk zijn.
Ik verwacht ook niet dat de minister in de wet uitputtend zou regelen wat voor persoonsgegevens er worden verwerkt, maar het geeft de curator wel duiding als vermeld wordt wat voor categorieën persoonsgegevens kunnen worden verwerkt en wat voor verwerkingen mogelijk zijn. Over de lijst met vorderingen staat bijvoorbeeld wel vermeld dat die moet worden opgesteld, geverifieerd en zo nodig geopenbaard. Daarmee is duidelijk wat voor verwerkingen de curator mag uitvoeren. Vervolgens zou het goed zijn om aan te geven wat voor categorieën persoonsgegevens dan kunnen worden geopenbaard.