Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/7.4.2
7.4.2 Algemene machtiging
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS621096:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:168 Wft.
Polak Pannevis 2011, p. 273.
Zie hierover nader paragraaf 2.3.1.
Zie hierover nader paragraaf 2.5.
Dit was bijvoorbeeld het geval bij Ineas. In het kader van de noodregeling bleek een portefeuilleoverdracht niet te realiseren te zijn omdat Ineas over onvoldoende middelen beschikte om de technische voorzieningen over te dragen aan een opvolgend verzekeraar. Zie overweging 2.12 van het eerste faillissementsverslag d.d. 1 november 2010, te downloaden via www.dlapiperinsolventie.nl.
Zie hierover nader paragraaf 7.4.3.
Dit geldt ook in het kader van de verplichte portefeuilleoverdracht in het kader van de opvangregeling. Zie hierover nader paragraaf 6.4.
Zonder tussentijdse opzegmogelijkheid is de verzekeringsovereenkomst pas opzegbaar tegen het einde van de overeenkomst, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Zie art. 7:940 lid 1 BW.
Op grond van art. 3:163 lid 1 Wft kan de rechtbank bij het uitspreken van de noodregeling of daarna aan de bewindvoerders een machtiging verlenen die strekt tot (gehele of gedeeltelijke) overdracht van de verzekeringsportefeuille (ook wel ‘machtiging tot sanering’ genoemd) of tot (gehele of gedeeltelijke) liquidatie van de verzekeringsportefeuille (ook wel ‘machtiging tot liquidatie’ genoemd), of een combinatie van beide. Zoals ik heb aangegeven in paragraaf 7.1, is tijdens de expertmeeting naar voren gekomen dat in de praktijk alleen gecombineerde machtigingen worden afgegeven. De machtiging kan ten hoogste voor de duur van anderhalf jaar worden verleend; verlenging is mogelijk.1
Wanneer wordt gekeken naar de formulering van de verschillende machtigingen die kunnen worden afgegeven in het kader van de noodregeling in art. 3:163 lid 1 Wft dan valt in sub b op dat de wet ten aanzien van verzekeraars niet spreekt over de liquidatie van het verzekeringsbedrijf, maar over liquidatie van de verzekeringsportefeuille. Toch reikt de machtiging tot liquidatie verder dan alleen de verzekeringsportefeuille. In art. 3:163 lid 2 Wft is namelijk bepaald dat een machtiging tot liquidatie mede strekt tot vereffening van het vermogen van de verzekeringsonderneming, zolang nog niet is gebleken dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft. Vereffening houdt in dat de baten te gelde worden gemaakt en de opbrengst daarvan wordt uitgedeeld aan de schuldeisers.2 De liquidatie in het kader van de noodregeling reikt daarmee verder dan de verzekeringsportefeuille; het bestrijkt het gehele vermogen van de verzekeraar. Om dit duidelijker naar voren te laten komen zou de wetgever er verstandig aan doen om het woord ‘verzekeringsportefeuille’ in art. 3:163 lid 1 sub b Wft te vervangen door ‘verzekeringsbedrijf’.
Welk route gevolgd wordt, is afhankelijk van de financiële positie van de verzekeraar. Overdracht van een deel of de gehele portefeuille aan een andere verzekeraar zal meestal eerder te realiseren zijn wanneer er sprake is van een te lage solvabiliteitsmarge3 dan wanneer er sprake is van een tekort in de waarden die dienen ter dekking van de technische voorzieningen.4 Een te lage solvabiliteitsmarge kan als het ware worden gecompenseerd door de overnemende verzekeraar wanneer hij een hogere solvabiliteitsmarge heeft dan wettelijk noodzakelijk. In zo’n geval kan de overdracht veelal zonder kapitaalinjectie gerealiseerd worden; de overnemende verzekeraar blijft – ondanks de overdracht – voldoen aan de wettelijk vereiste solvabiliteitsmarge. Wanneer er echter sprake is van een tekort in de waarden die dienen ter dekking van de technische voorzieningen, zou overname van de verzekeringsportefeuille in ongewijzigde vorm betekenen dat de overnemende verzekeraar geld zou toeleggen op deze overname. Het spreekt voor zich dat het in zo’n situatie bijzonder lastig is om een verzekeraar bereid te vinden om de verzekeringsportefeuille in ongewijzigde vorm over te nemen.5 In dat geval komt liquidatie van de verzekeringsportefeuille of de bijzondere machtigingsmogelijkheid van art. 3:195 Wft6 in beeld.
Vindt een portefeuilleoverdracht ex art. 3:163 lid 1 sub a Wft plaats, dan moet de oorspronkelijke verzekeraar op grond van art. 3:196 Wft de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen met betrekking tot de over te dragen verzekeringsovereenkomsten, overdragen.7 Deze overdracht mag geen nadeel toebrengen aan de rechten van de overblijvende schuldeisers.8 De Wft biedt geen mogelijkheid aan verzekerden om de verzekeringsovereenkomst tussentijds op te zeggen naar aanleiding van de overdracht van diens polis aan een andere verzekeraar in het kader van de noodregeling. De verzekerde is in zo’n geval afhankelijk van de reguliere opzegmogelijkheden die titel 17 van boek 7 BW hem bieden.9