Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.5.3
5.5.3 Weigering ten gevolge van administratieve sancties en administratieve maatregelen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396066:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 4, derde lid, van de Verordening nr. 2988/95. Zie ook artikel 30 van de Verordening nr. 73/2009 (bedrijfstoeslag).
Zie artikel 69 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (specifieke steun); artikel 72, tweede lid, van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (niet-naleving randvoorwaarden); artikel 58 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (te hoge aangifte oppervlakten); artikel 60 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (opzettelijk te hoge aangifte oppervlakte); artikel119, zesde lid, van de Commissieverordening nr. 1580/2007 (telersverenigingen); artikel 29 van de Commissieverordening nr. 382/2005 (verwerkingssteun gedroogde voedergewassen); artikel11, vierde lid, aanhef en onder b, van de Commissieverordening nr. 571/2009 (premie voor aardappelzetmeel); artikel 5, zesde lid, van de Commissieverordening nr. 2921/90 (steunverlening voor ondermelk die tot caseïne en caseïnaten wordt verwerkt); artikel14, tweede lid, van de Commissieverordening nr. 507/2008 (verwerkingssteun vlas en hennep); artikel 16, vijfde lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (te hoge oppervlakte); artikel 18, derde lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (naleving overige subsidiabiliteitsvoorwaarden); artikel 32, tweede lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (opzettelijk valse verklaring);.
Zie bijvoorbeeld artikel16, zesde lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (ELFPO) en artikel 60 van de Commissieverordening nr. 1122/2009 (bedrijfstoeslag).
In artikel16, zesde lid, van de Commissieverordening nr. 1975/2006 (ELFPO) is bijvoorbeeld bepaald dat de uitsluitingen ook worden verrekend met de bedrijfstoeslag.
Voor de landbouwsubsidies geldt dat onregelmatigheden tot gevolg kunnen hebben dat een betaling van de Europese subsidie geheel of gedeeltelijk moeten worden geweigerd. Het betreft in de eerste plaats kortingen die kunnen oplopen tot 100% in geval van te laat ingediende subsidieaanvragen, het niet-naleven van de GLB-randvoorwaarden en het opgeven van een grotere subsidiabele oppervlakte dan waarvan sprake is.
Ten tweede wordt een Europese subsidie niet uitbetaald aan begunstigden van wie vaststaat dat zij de voorwaarden voor de uitbetaling kunstmatig hebben gecreëerd om een voordeel te verkrijgen dat in strijd is met de doelstellingen van Europese subsidieregeling.1
Ten derde komt het voor dat aan de aanvrager van een Europese landbouwsubsidie in een voorgaand jaar een sanctie tot uitsluiting is opgelegd.2
In diverse Europese landbouwsubsidieregelingen is de verplichting opgenomen om eindontvangers van Europese subsidie gedurende een bepaalde periode of voor een bepaald bedrag uit te sluiten indien bepaalde onregelmatigheden zijn geconstateerd. Voor zover subsidieontvangers voor een bepaalde periode worden uitgesloten, dienen nationale uitvoeringsorganen subsidieaanvragen die in de desbetreffende periode door die ontvangers worden ingediend zonder meer te weigeren. Wanneer subsidieontvangers voor een bepaald bedrag worden uitgesloten, dan heeft dat tot gevolg dat dat bedrag moet worden verrekend met de Europese subsidies waarop zij de komende drie jaren op grond van dezelfde Europese subsidieregeling recht hebben en waarvoor zij een aanvraag indienen.3 Het komt ook voor dat het bedrag van de uitsluiting ook moet worden verrekend met de Europese subsidies waarop hij in de toekomst ingevolge een andere Europese subsidieregeling recht heeft.4 Een dergelijke uitsluiting kan tot gevolg hebben dat subsidieaanvragen in de jaren daarop geheel moeten worden geweigerd. Op voormelde administratieve sancties en maatregelen wordt later in dit hoofdstuk nog uitgebreid ingegaan.