De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.5.2:5.5.2 Weigeringsgronden in de Europese subsidieregelgeving
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.5.2
5.5.2 Weigeringsgronden in de Europese subsidieregelgeving
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS399639:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sommige weigeringsgronden vloeien direct voort uit Europese subsidieverordeningen. Voor zover zij niet tot de lidstaat of het nationaal uitvoeringsorgaan zijn gericht, kunnen zij zonder meer rechtstreeks aan de nationale aanvrager van de Europese subsidie worden tegengeworpen. Dergelijke weigeringsgronden zijn met name te vinden in de Europese landbouwsubsidieverordeningen. Uit deze subsidieverordeningen volgt in veel gevallen dat indien aan de voorwaarden voor subsidieverstrekking is voldaan en de weigeringsgronden niet van toepassing zijn, het nationaal uitvoeringsorgaan verplicht is om een Europese subsidie te verstrekken.
Onduidelijk is in hoeverre weigeringsgronden uit Europese subsidieverordeningen die expliciet zijn gericht tot de lidstaat of het nationaal uitvoeringsorgaan aan nationale aanvragers kunnen worden tegengeworpen. Enerzijds kan worden betoogd dat verordeningen rechtstreeks toepasselijk zijn en de weigeringsgrond kenbaar was voor de aanvragers. Anderzijds geldt dat de norm is gericht tot de lidstaten dan wel de nationale uitvoeringsorganen. Hieromtrent bestaat nog geen Europese jurisprudentie. Zekerheidshalve verdient het aanbeveling dat dergelijke weigeringsgronden in het nationale recht worden geïmplementeerd. Om te voorkomen dat in strijd wordt gehandeld met het verbod om bepalingen uit Europese verordeningen over te nemen in nationale wet- en regelgeving, zou de desbetreffende Europese bepaling uitdrukkelijk moeten worden genoemd.
Er bestaat evenmin duidelijkheid over de vraag in hoeverre weigeringsgronden die zijn neergelegd in Europese besluiten van algemene strekking die zijn gericht tot de lidstaat moeten worden geïmplementeerd in het nationale recht. In hoofdstuk 4 is betoogd dat Europese besluiten van algemene strekking die zijn gericht tot de lidstaten zekerheidshalve in het nationale recht moeten worden geïmplementeerd.1
Ook operationele programma's kunnen weigeringsgronden bevatten. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.3.2 is geconcludeerd dat naar nationaal recht dient te worden beoordeeld in hoeverre regels die zijn neergelegd in een OP rechtstreeks aan een nationale aanvrager van een Europese subsidie kunnen worden tegengeworpen. Hetzelfde geldt voor daarin opgenomen weigeringsgronden.
Ten slotte heeft ook Europese soft law invloed op de vraag in welke gevallen een Europese subsidie moet worden geweigerd. Zo kan de Europese Commissie in interpretatieve soft law aangeven hoe een bepaalde weigeringsgrond die is neergelegd in een Europese subsidieverordening moet worden geïnterpreteerd. Voorts kan in decisoire soft law zijn neergelegd dat de Europese Commissie bepaalde projecten niet aan de lidstaat zal vergoeden, hetgeen doorgaans tot gevolg zal hebben dat nationale uitvoeringsorganen een Europese subsidie voor dergelijke projecten zullen weigeren. Indien in het nationale recht een discretionaire bevoegdheid tot het verstrekken van Europese subsidies is neergelegd, is het mogelijk dat een nationaal uitvoeringsorgaan bij het beslissen op de aanvraag rekening houdt met de Europese soft law.