Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.9.3.1
2.9.3.1 Lab 1961, 1971, 1984 en het VAB 1993
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS466900:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Beschikking van 6 januari 1972, no. B71/24 96 (V-N 1972, blz. 75 e.v.).
Beschikking van 27 maart 1984, stcrt. 1985, 86 (V-N 1984, blz. 710 e.v.; FED 1984/2).
Met dit verschil dat met ingang van de LAB van 1984 het boete- en kwijtscheldingsbeleid is gepubliceerd in de Staatscourant i.t.t. de LAB van 1971 en 1961; die zijn ‘slechts’ in de vakpers verschenen. Volgens Bijlsma heeft dit tot gevolg dat de LAB 1984 in rechte kan worden toegepast ook zonder dat er een beroep op wordt gedaan en dat de LAB 1984 voor toetsing in cassatie vatbaar is (zie Bijlsma, WFR 1984/497).
De term ‘ordeboete’ was eerder bij een wijziging in het LAB 1971 opgenomen (V-N 1980, blz. 111, pt. 2) en gereserveerd voor de gevallen waarin de op de periodieke aangifte verschuldigde belasting tijdig was betaald, maar de aangifte ter zake niet tijdig was ingediend. Uiteindelijke is deze ordeboete door de Hoge Raad onwettig geacht (Hoge Raad 22 februari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8642, BNB 1984/233).
Het LAB 1961 is in 19711 en 19842 op enkele punten gewijzigd, maar het beleid bleef inhoudelijk op hoofdlijnen onveranderd.3 Datzelfde geldt voor de versie van 1993, die niet langer ‘leidraad’ maar ‘voorschrift’ werd genoemd: het Voorschrift Administratieve Boeten 1993 (VAB 1993).
De basis voor de genoemde leidraden en het VAB 1993 werd overigens nog steeds gevormd door de Resolutie van 27 oktober 1954 (zie onderdeel 2.8.4). Er vond geen kwijtschelding plaats van de verhogingen van 100 procent in geval van ernstige en verhoudingsgewijs omvangrijke fraude of recidive. Voor het kwijtschelden van de 100 procent-verhogingen werden standaardpercentages voorgeschreven, al naar gelang de mate van verwijtbaarheid en of sprake was van recidive. Bij vrijwillige verbeteringen werd een extra kwijtschelding van de 100 procent-verhoging verleend.
De kwijtschelding van de lichte verhogingen (bij het VAB 1993 omgedoopt tot ‘ordeboeten’4) was afhankelijk van het aantal eerdere verzuimen gedurende een bepaalde referentieperiode.