Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/2.9.3
2.9.3 Het boete- en kwijtscheldingsbeleid
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS468058:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van Vucht, WFR 1961/793.
Zie onderdeel 14 van de Resolutie van 27 oktober 1954 (V-N 1954, blz. 663 e.v.).
Resolutie van 17 oktober 1961, no. B1/1061, V-N 1962, blz. 359 e.v.. Deze leidraad trad al in werking voordat de AWR was ingevoerd. Voor een aantal belastingmiddelen golden afzonderlijke leidraden gedurende de tijd dat deze nog niet onder de werking van de AWR vielen. Zo kende het registratie- en zegelrecht een afzonderlijke Leidraad administratieve boeten inzake registratie- en zegelrecht (Resolutie van 8 augustus 1962, no. D2/505). Deze specifieke leidraden liepen overigens niet geheel gelijk op met de algemene Leidraad administratieve boeten (zie bijvoorbeeld: Moltmaker, WFR 1962/863). Ook het boetebeleid met betrekking tot de motorrijtuigenbelasting was aanvankelijk in een afzonderlijke leidraad opgenomen (Leidraad MB 1966 en de Leidraad MB 1966 van 3 juli 1980). In het kader van dit proefschrift zal ik deze afzonderlijke leidraden buiten beschouwing laten.
De resolutie van 27 oktober 1954 (zie onderdeel 2.8.4) gaf invulling aan verschillende kwijtscheldingsbepalingen in materiewetten. Op grond van deze resolutie moesten grofweg de volgende criteria door de inspecteur worden beoordeeld: is sprake van ernstige of verhoudingsgewijs omvangrijke fraude of recidive (strafverzwarende omstandigheden) of is sprake van een gehele vrijwillige verbetering of van betalingsmoeilijkheden (strafverminderende omstandigheden).1 Overigens mochten dergelijke betalingsproblemen geen ‘overheersende rol’ spelen bij het te nemen kwijtscheldingsbesluit.2
In 1961 is de resolutie van 27 oktober 1954 vervangen door de Leidraad administratieve boeten inzake rijksbelasting (hierna: LAB).3
2.9.3.1 Lab 1961, 1971, 1984 en het VAB 19932.9.3.2 LAB en VAB: kwijtschelding door directeur of inspecteur2.9.3.3 LAB en VAB: strafverzwarende omstandigheden2.9.3.4 LAB en VAB: strafverminderende omstandigheden2.9.3.5 LAB en VAB: Ministerie, directeur, coördinator-AWR/contactambtenaar ADWA en inspecteur