Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/13.6:13.6 Conclusie
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/13.6
13.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692188:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
869. Het rechterlijk bevel en verbod hebben een lange voorgeschiedenis, maar zijn nog bij de tijd. De wettelijke regeling in art. 3:296 BW voldoet aan de eisen die aan een wettelijke regeling voor een rechterlijk bevel en verbod kunnen worden gesteld. Voor zover een aanspraak bestaat op een preventieve remedie, kan die remedie op grond van het bepaalde in art. 3:296 BW preventief worden gegeven. Een rechterlijk bevel en verbod kunnen bovendien op relatief efficiënte wijze worden verkregen, terwijl art. 3:296 BW binnen het ruimere kader van privaatrechtelijke leerstukken ruimte laat voor maatwerk door de rechter.